Hart
o. (-en), dicht, en in sommige uitdr. ook HARTE, I. 1. (ontl.) als orgaan: holle spier in de borst van mensen en hogere dieren, die met de bloedvaten in gemeenschap staat en het uitgangspunt is van de bloedsomloop, die door de pulserende beweging er van gaande wordt gehouden: het hart van de mens heeft de grootte van een vuist; de kamers van he...