Wat is de betekenis van Haren?

2020
2021-12-07
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

haren

(1939) (sold.) zuurkool. Syn.: onderzeeër*. • Haren: zuurkool. (Paul Guermonprez: Praatjes en plaatjes van de soldaatjes. 1939)

Lees verder
2019
2021-12-07
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Haren

Haren - Eigennaam 1. (toponiem) dorp ten zuiden van de stad Groningen

Lees verder
2017
2021-12-07
B.D. Poppen

Schrijver op Ensie

Haren

In oliemolens van paardehaar en kuiplooileer gemaakte omslagen waarin de bulen met maalgoed onder de heien werden gebracht (onderscheiden in van vorm verschillende voorslags- en naslagsharen).

1999
2021-12-07
Encyclopedie Groningen

Nieuwe Groninger Encyclopedie

Haren

Gron.: Hoaren. 1. Gemeente ten Z.O. van de stad Groningen; opp. 45,95 km2 met 18.725 inwoners (1998). Zij omvat naast de hoofdplaats Haren de volgende dorpen en gehuchten: Glimmen, Noordlaren, Onnen, Essen, Felland, Groningerpunt (De Punt; deels), Harenermolen, Hoornsedijk en Paterswolde (deels). In 1915 verloor Haren het noordelijk deel van zijn g...

Lees verder
1998
2021-12-07
Monumenten in Groningen

Encyclopedie over monumenten in Groningen (2010)

Haren

Wegdorp, gelegen op de Hondsrug aan de weg van Groningen naar Assen en ontstaan in de vroege middeleeuwen toen hier twee essen werden aangelegd. De bijbehorende groengronden aan beide zijden werden al in de 12de eeuw beschermd door de aanleg van dijkjes langs de Hunze in het oosten en de Drentse A in het westen. In de 14de eeuw kwam de dijk tussen...

Lees verder
1985
2021-12-07
Encyclopedie van Noord Brabant

Anton van Oirschot (1985-1986)

HAREN

oud kerkdorp in het voormalige graafschap Megen, nu in de Noordbrabantse gemeente Megen, Haren en Macharen, gelegen ten noordoosten van Oss, niet ver van de Maas met 688 inwoners (1985; in 1804 bedroeg dit 414). Haar betekent hoge landrug en Haren ligt dan ook op een zandrug. Het dorp wordt voor het eerst geroemd in een akte uit 1184, als Hachene....

Lees verder
1981
2021-12-07
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Haren

bij mensen en zoogdieren, draadvormige, uit hoorn bestaande vormingen der opperhuid. De draadvormige haarschacht steekt met de haarwortel in het haarzakje. Het verbrede onderste deel hiervan heet haarknop. Deze zit op de lederhuidpapil, die rijk is aan zenuwen en bloedvaten. Vele insekten zijn dichtbehaard. Ook veel planten zijn bedekt met haar, da...

Lees verder
1981
2021-12-07
Lexicon der Natuurgeneeskunde

Vraagbaak voor het moderne gezin (Uitgave Milinda Uitgevers, 1981)

Haren

met uitzondering van de binnenkant van de handen en de onderkant van de voeten is bij de geboorte het gehele lichaam met donshaar bedekt. Daaruit ontwikkelt zich, eerst op de hoofdhuid en in de puberteit een volgens geslacht en eigen aanleg min of meer sterke haargroei in de schaamstreek, de okselholten en bij de man op het gezicht en op de rest va...

Lees verder
1973
2021-12-07
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

haren

(haarde, heeft gehaard), het haar verliezen, verharen: de kat haart; ook van borstels.

1954
2021-12-07
Groninger Encyclopedie

K. ter Laan

Haren

gemeente op de Hondsrug ten Z. van de Stad, 11800 inw. Haren, Tuindorp Onnen, Lutsborg, Harendermolen, Glimmen, Hemmen, Halfweg Hoornse Dijk, Paterswolde (gedeeltelijk), Noordlaren, Vogelzang, Onnen, Felland, Essen, Waterhuizen (gedeeltelijk), Voorveld, De Punt, Eelderwolde en Spijkerboor. N.H. 46, Ger. 21, R.K. 3, van andere Hervormde richt...

Lees verder
1954
2021-12-07
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Haren

is liet dun uitslaan, pletten van de snede van een zeis of zicht met een hamer, zodat de snede gemakkelijker scherp kan worden gehouden. De bewerking gebeurt op een klein aambeeldje, haarspit genaamd. Men moet er voor zorgen juist de snede zelf te treffen en de hamer nauwkeurig in de richting van de snede te laten neerkomen.

Lees verder
1952
2021-12-07
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Haren

v., harje; de zeis —, seineharje.

1950
2021-12-07
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Haren

(haarde, heeft gehaard), 1. een zeis scherpen op een aanbeeld (haarspit) door er met een hamertje (haarhamer) op te kloppen; 2. (gew.) het haart in de keel, het geeft een scherp, branderig gevoel (van rook of mist, van scherpe spijs of drank enz. waardoor men aan het kuchen raakt); 3. (gew.) springen (van de huid).

Lees verder
1949
2021-12-07
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Haren

Onno Zwier van, (1711-1779), Ned. (Fries) dichter, door schandaal uit alle openb. ambten gestoten, schreef o.a. Indisch treurspel Agon tegen O.I. Comp., en De Geuzen, vaderlands epos ter verheerl. opstand tegen Sp.Willem van, (1710-zelfm. 1768), Ned. (Fries) dichter, broeder van Onno Zwier v. H., schreef o.a. heldendicht Gevallen van Friso en gedic...

Lees verder
1937
2021-12-07
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

haren

I. haarde, heeft gehaard; de zeis met de haarhamer scherpen op het haarspit. II. bn., van haar gemaakt: een haren kleed, boetekleed; Z.-N. een haren muts, gendarm.

Lees verder
1933
2021-12-07
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Haren

1) W. v. (1710/’68). Ned. dichter, 2) Onno Zwier v. (1713/’79), Ned. dichter, broeder v. 1).

Lees verder
1933
2021-12-07
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Haren

Haren - 1° Gem. in de prov. Groningen, ten Z. van de stad Gron. (;omvat de kom, Onnen, Essen, Harendermolen, Noordlaren, Glimmen, Tuindorp, Paterswolde (ged.); ca. 7 700 inw., waarvan 79% Prot., 1,5% Kath. en 17% onkerkelijk; opp. 5 402 ha (12% bouwland, 3% tuingr., 63% weiland, 2,5% bosch); veeteelt, landbouw, tuinbouw, 3 zuivelfabr. De gem. n...

Lees verder
1928
2021-12-07
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Haren

Bekende dichters uit de 18e eeuw zijn de Friezen Willem en Onno Zwier van Haren. De oudste broer, Willem (1710—1769), had een veelbewogen, voor ’t grootste deel droevig, leven. Hij studeerde reeds op 14-jarigen leeftijd te Franeker aan de academie, later te Groningen. In 1728 werd hij grietman (zie aldaar) van het Bildt, en ontvanger-ge...

Lees verder
1926
2021-12-07
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Haren

I. Willem van Haren (1710—68), Nederlandsch staatsman en voortreffelijk dichter. Sinds 1748 gezant aan het hof van den hertog van Lotharingen, en gouverneur generaal der Oostenrijksche Nederlanden, te Brussel. Bekend zijn van hem: Gevallen van Friso, koning der Gangariden en Phrasiaten, 1742 (1758 omgewerkt en herdrukt), Leonidas en Lierzange...

Lees verder
1916
2021-12-07
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Haren

Haren bij planten zijn uitgroeisels van de opperhuid. Zij kunnen daarbij ééncellig blijven, of meercellig worden, waarbij zij al of niet vertakt kunnen zijn. Aan de aanwezigheid en den aard van de haren is een deel van het uiterlijk van de planten te danken, b.v. het wollige uiterlijk van de Toorts. Bijzondere vormen van haren zijn brandharen bij d...

Lees verder