Wat is de betekenis van hangerig?

2019
2021-02-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

hangerig

hangerig - Bijvoeglijk naamwoord 1. (medisch) vooral van kinderen een beetje moe en ziek zodat iemand weinig actief is Hij herinnert zich hoe hij als kleine jongen ziek thuis was en hij zijn moeder in de keuken rondhing, in de tijd voor ze de zwijgende, zenuwzwakke tijdbom werd. Neuriënd bakte ze pannenkoek...

Lees verder
1973
2021-02-27
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

hangerig

bn., neiging hebbend om te hangen, lusteloos, druilig, m.n. als men een ziekte onder de leden heeft: kleine Jan is zo — vandaag, hij heeft zeker iets onder de leden.

1950
2021-02-27
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Hangerig

bn., neiging hebbende om te hangen (in de bet. I, 12.), lusteloos, druilig, inz. als men een ziekte onder de leden heeft: kleine Jan is zo hangerig vandaag, hij is zeker niet goed.

1898
2021-02-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Hangerig

HANGERIG, bn. neiging hebbende om te hangen, op iets te leunen (inz. van iemand die lusteloos is of eene ziekte onder de leden heeft: kleine Jan is zoo hangerig vandaag, hij is zeker niet goed.