Wat is de betekenis van hangen?

2022
2022-08-11
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

hangen

1) (2000) (inf.) (de telefoon) ophangen. 'Ik ga je hangen'. • Hangen: 'Ga 's hangen!', houd op met bellen! (Jongerentaal in De Morgen, 23/02/2000) • Hé, ik ga je hangen want ik loop nu bij m’n afspraak binnen. (Robert Anker: Hajar en Daan. 2004) • Ik ga hangen. Doe Gabi de groeten. Doeg. (Jan Eilander: Raffie. 2005) &...

Lees verder
2019
2022-08-11
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

hangen

hangen - Werkwoord 1. (inerg) zich in een positie los van de bodem bevinden en door een bevestiging aan een ander voorwerp voor vallen behoed worden De appels hangen nog aan de boom. 2. (inerg) door ophanging -meest aan de nek- ter dood gebracht worden Barbertje...

Lees verder
2018
2022-08-11
Instituut voor de Nederlandse Taal

Het Instituut voor de Nederlandse Taal is een breed toegankelijk wetenschappelijk instituut op het gebied van het Nederlands.

Hangen

(gezegd van een in het doel geschoten bal) gescoord zijn; binnen de palen geschoten zijn.

2018
2022-08-11
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

hangen

hangen - onregelmatig werkwoord uitspraak: han-gen 1. aan een punt boven de grond vastmaken ♢ hij hing het schilderij boven de bank 1. barbertje moet hangen [hij MOET gestraft worden, ook al heeft...

Lees verder
2017
2022-08-11
Voetballers

Jargon & Slang van Voetballers

Hangen

Hangen - 'die hangt': doelpunt.

2008
2022-08-11
Atletiek- en turnwoordenboek

Atletiek- en turnwoordenboek door Jan Luitzen

hangen

(onov ww; hing; h. gehangen) GY - met het lichaam (neerwaartse) trek uitoefenen op een horizontaal aangrijpingspunt (brug, rek) of een verticaal aangrijpingspunt (touw, paal), niet alleen door de (eigen) zwaarte(kracht), maar bv. ook door de middelpuntvliegendende kracht bij een zwaai aan de rekstok; hangen is mogelijk aan de nek, de handen, ondera...

Lees verder
2008
2022-08-11
EK-voetbalwoordenboek

Instituut voor de Nederlandse taal

hangen

hangen, (gezegd van een in het doel geschoten bal) gescoord zijn; binnen de palen geschoten zijn.

1997
2022-08-11
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

hangen

In ik mag gehangen worden als het niet waar is!; ik laat me hangen als... en in je mag me hangen! ontmoeten wij drie oorspronkelijke eedformules. Later werden zij dankzij het meinedig gedrag van de mens, als uitroep van verontwaardiging en uiteindelijk als vloek gebruikt. Inez van Eijk (1978: 80) kent de verwensing Lieveling, ik wo...

Lees verder
1973
2022-08-11
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

hangen

(hing, heeft gehangen), I. (onoverg.) 1. (van zaken) aan het boveneind ondersteund of bevestigd, door eigen zwaarte neerwaarts gestrekt gehouden worden, veelal met de gedachte dat de zaak aldus heen en weer bewegen, slingeren kan: in een pendule hangt een slinger; het touw hangt in het water; zijn haren hingen hem voor de ogen; die (het) breed hee...

Lees verder
1971
2022-08-11
Watersport A-Z

Watersport A-Z, Kramer (1971)

Hangen

Hangen - ook uithangen, het gewicht van de bemanning op kleine boten zover naar loef brengen dat de boot in balans ligt. Ver uithangen, met alleen de onderbenen op het gangboord is erg vermoeiend. De hangbanden, 5 tot 10 cm breed, bieden een goede oplossing. Men moet ze zo instellen dat onder- en bovenbeen de opstaande schuine zijden van een drieho...

Lees verder
1952
2022-08-11
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Hangen

v., hingje, h o n g, h o n g e n; (lui leunen), hingelje; blijven, hâlde, strûpe; die zaak blijft lang, dy saek sit lang yn 'e kriem, bongelt noch altyd; -de heen en weer bewegen, hingelje; tussenen wurgen, tusken hingjen en wier(g)jen.

1950
2022-08-11
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Hangen

(hing, heeft gehangen), I. Onoverg., 1. (van zaken) aan het boveneind ondersteund of bevestigd door eigen zwaarte nederwaarts gestrekt gehouden worden, veelal met de gedachte dat de zaak aldus heen en weer bewegen, slingeren kan: in een pendule hangt een slinger ; het touw hangt in het water ; zijn haren hingen hem voor de ogen;...

Lees verder
1937
2022-08-11
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

hangen

hing, h. gehangen (1 aan iets hogers bevestigen, ophangen; 2 van boven ergens aan vast zijn en van onderen nergens op steunen en bijgevolg door eigen gewicht naar omlaag gericht; 3 van opgerichte of uitgestrekte houding of richting afwijken en nederwaarts overhangen, overhellen; 4 zeer gehecht zijn aan; 5 beladen zijn met; 6 afhangen; neerhangen [b...

Lees verder
1933
2022-08-11
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Hangen

→ Doodstraf.

1933
2022-08-11
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Hangen

Hangen - bewegingsvorm in de gymnastiek, die veel gebruikt wordt aan de toestellen. Het doel kan zijn: versterking van den schoudergordel, verbetering van de houding (vooral aan het wandrek), maar ook kan de „hang” een uitgangshouding zijn voor beenoefeningen, o.a. ter ontwikkeling van de buikspieren. Men kan hangen aan verschillende li...

Lees verder
1898
2022-08-11
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Hangen

HANGEN, (hing, heeft gehangen), iets aan een ander, hooger gelegen voorwerp bevestigen, zoodat het niet valt: den ketel over het vuur hangen; zijne jas aan een spijker (of aan den kapstok) hangen; eene keten om den hals hangen; veel goud aan zijn lijf hangen, zich overladen met gouden sieraden, opschikken; de huik naar den wind hangen, zie HUIK; de...

Lees verder
1870
2022-08-11
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Hangen

Hangen of ophangen noemt men eene handeling, waarbij de dood veroorzaakt wordt door het digtsnoeren van een strik of strop, om den hals van dengenen, die gehangen moet worden, aangebragt en met het uiteinde vastgemaakt aan eene galg. Wanneer nu alle steunsels onder zijne voeten worden weggenomen, geschiedt het digtsnoeren door de zwaarte van het ha...

Lees verder
1856
2022-08-11
Jacob van Lennep

Zeemans-woordenboek 1856

Hangen

o.w. - Nederwaarts gebogen zijn. De kiel Hangt. Het hangen der masten, van den voorsteven, enz.

Lees verder