Wat is de betekenis van handicap?

2020
2021-04-16
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

handicap

Het begrip handicap heeft 3 verschillende betekenissen: 1) lichamelijke of geestelijke beperking. lichamelijke of geestelijke beperking. 2) belemmering. factor of omstandigheid die een achterstand bij een prestatie veroorzaakt of die de vlotte voortgang van iets belemmert; belemmering; hindernis; nadeel. 3) correctie of voorgift....

Lees verder
2019
2021-04-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

handicap

handicap - Zelfstandignaamwoord 1. (medisch) een lichamelijke of geestelijke beperking Door zijn handicap moest hij zich verplaatsen met een rolstoel. handicap - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van handicappen ♢ Ik handicap...

Lees verder
2018
2021-04-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

handicap

handicap - zelfstandig naamwoord uitspraak: hen-di-kep 1. wat niet helemaal goed is ♢ als je niet kunt horen, dan is dat een ernstige handicap Zelfstandig naamwoord: hen-di-kep de handicap ...

Lees verder
2017
2021-04-16
Hans Kaldenbach

De A is van Amalia, die is allochtoon

Handicap

Migranten uit derde wereldlanden vinden het vaak schaamtevol om een kind te hebben met een handicap. Het liefst houdt men zo’n kind binnenshuis zodat niemand het ziet. Dat geldt niet zo sterk voor blinde of dove kinderen, wel voor een kind met het syndroom van Down (mongool) of een ernstig spastisch kind. Ook bij psychische ziektes zoals depressivi...

Lees verder
2010
2021-04-16
Dokterswoordenboek

Ruim 2300 medische begrippen, omschreven door Jannes van Everdingen en Arnoud van den Eerenbeemt

handicap

Een lichamelijke of geestelijke beperking (uitspraak: HEN-die-kep; in België: HAN-die-kap). Kijk ook bij gehandicapt.

Lees verder
2009
2021-04-16
Wielersportwoordenboek

Wielersportwoordenboek door Jan Luitzen ©

handicap

(de; -s) 1 - wat een handicapper bij een wedstrijd vooruit geeft of een renner bij een wedstrijd vooruit krijgt, waarbij rekening wordt gehouden met verschillen in capaciteit, lengte, gewicht e.d., syn. voorgift. 2 - wedstrijd waarbij de kansen van de renners min of meer gelijk worden gemaakt door hen al naargelang capaciteit, lengte, gewicht e.d....

Lees verder
1993
2021-04-16
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Handicap

belemmering; nadelige positie als gevolg van een lichamelijk of geestelijk gebrek; correctie voor de zwakkeren ten einde gelijke kansen te scheppen (sport)

1974
2021-04-16
ABC van de Tennissport

Schrijver op Ensie

Handicap

Voorgift.

1973
2021-04-16
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

handicap

[→Eng., hand in cap, het nemen van een lot uit een pet], m. (-s), 1. een voorgift die men minder sterke deelnemers aan een wedstrijd (paardensport, golf) verschaft om gelijke overwinningskansen te scheppen; 2. geestelijk of lichamelijk gebrek, waardoor men minder kans heeft.

Lees verder
1965
2021-04-16
Lexicon van de Psychologie

N.Sillamy

HANDICAP

letsel van de zintuiglijke organen of van de motoriek, lichamelijke onvolwaardigheid. In verschillende landen is men op bevredigende wijze begonnen met de oplossing van het aanpassingsvraagstuk waarvoor gehandicapten zich bij de uitoefening van een beroep geplaatst zien.

1955
2021-04-16
vreemd

Vreemde woordenboek

Handicap

wedren of wedstrijd met voorgift.

1950
2021-04-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Handicap

(Eng.), o. en v. (-s), 1. (sport) wedren met paarden van verschillende jaren en vlugheid, waarbij, aan de zwakkeren een voorsprong wordt gegeven; in het alg. wedstrijd met voorgift, en vand. de voorgift zelf: handicap-race; 2. belemmering, hindernis bij het volbrengen van een taak of prestatie: zijn zwakke gezondheid was een ernstige han...

Lees verder
1949
2021-04-16
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Handicap

Eng. sportterm. Door het toekennen van een handicap aan zwakkere deelnemers aan een sportwedstrijd poogt men de kansen voor allen zo gelijk mogelijk te maken.

1948
2021-04-16
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

handicap

(Eng.) m. wedren met voorilft of waarbij door gewichten de kansen van de paarden gelijk gemaakt worden, voorgift; belemmering.

1933
2021-04-16
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Handicap

Handicap - (sport), voorgift ten einde de kansen in een wedstrijd gelijk te maken. Handicap-wedstrijden komen voor, wanneer partijen van ongelijke kracht met elkaar moeten kampen. Als zoodanig bekend in de wielersport, wanneer de sterkste van de meet (scratch) begint, in de athletiek, bij draverijen, motor- en auto wedstrijden, bij schaatsen, enz....

Lees verder
1928
2021-04-16
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Handicap

is een Engels woord, dat iedere Hollandse jongen en meisje natuurlijk kent. Denk maar aan de door de beroemde „Uiver” gewonnen handicap-race Engeland-Melbourne (20—24 October 1934). 'Wat is nu eigenlijk een handicap-race? Een race, waarbij zo nauwkeurig mogelijk berekend wordt, hoeveel de verschillende mededingers waard zijn;...

Lees verder
1916
2021-04-16
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Handicap

Handicap - (Eng. van „hand in cap”, met betrekking tot het nemen van een lot uit een hoed), heeft tot doel, om alle, aan een vergelijkende sportverrichting deelnemende paarden evenveel kans op winnen te geven, door voor de besten de verrichting te verzwaren. De wijze waarop zulks geschiedt, is afhankelijk van de soort verrichting. Bij harddraverije...

Lees verder
1898
2021-04-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Handicap

HANDICAP (Eng.), o. (sport) wedren met paarden van verschillende jaren en vlugheid, waarbij aan de zwakkeren een voorsprong wordt gegeven; de paarden worden door den HANDICAPPER gekeurd.