Wat is de betekenis van Halve?

2020
2020-10-31
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

halve

halve - Bijvoeglijk naamwoord 1. verbogen vorm van de stellende trap van half

Lees verder
2017
2020-10-31
Wielrenners

Jargon & Slang van Wielrenners

Halve

Halve - fond Vlaamse term voor het stayeren. Zie demi-fond.

1916
2020-10-31
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

halve

oorspronkelijk kant, zijde, thans alleen in samenst.: mijnenthalve (uwenthalve), ten opzichte van mij (van u), wat mij (wat u) betreft; ambts—, plichts—, uit hoofde, uit kracht van het ambt, de plicht; duidelijkheids—, fatsoens—, gemaks—, kortheids-, voor de duidelijkheid, het fatsoen, het gemak enz.

1900
2020-10-31
Collectie Nederland

Collectie Nederland: Musea, Monumenten en Archeologie

halve

Halve zijn klompen van de op één na kleinste maat.

1898
2020-10-31
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Halve

HALVE, (alleen in samenst.) van den kant van, vanwege mijnenthalve, uwenthalve, van mijn (van uw) kant, wat mij (wat u) betreft; — ambtshalve, uit hoofde van het ambt; — duidelijkheidshalve, eershalve, welstaanshalve, om der wille van de duidelijkheid, eer, welvoeglijkheid; — derhalve, weshalve, behalve enz.

Lees verder