Halen
(haalde, heeft gehaald), 1. tot zich doen komen, onder zijn bereik brengen door het uitstrekken van de hand (al of niet met een stok, touw enz. voorzien) en het weder intrekken daarvan, trekken: onkruid uit de grond halen; een kopje naar zich toe halen; alles aan zich halen, tot zich, naar zich toe halen, alles inpalmen, zich v...