Wat is de betekenis van Haam (paarden)?

1937
2021-06-13
Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Haam (paarden)

Met leer bekleed, ringvormig halsjuk voor paarden (afb. blz. 149). In Zuid-Holland noemt men dit een gareel, terwijl daar een haam een borsttuig (trekzeel) is (afb. blz. 183). Hamaker is een geslachtsnaam, ontstaan uit haammaker, een woord, dat in de Meierij van Den Bosch nog voor zadelmaker in gebruik is.

Lees verder