Wat is de betekenis van haal?

2019
2021-09-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

haal

haal - Zelfstandignaamwoord 1. een heftige beweging met de gehele arm of poot De kat gaf hem een haal in zijn gezicht. 2. een onbeheerste streep met potlood of pen De leraar zette een grote haal door de spelfout. haal - Werkwoord...

Lees verder
2018
2021-09-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

haal

haal - zelfstandig naamwoord 1. een forse trek ♢ ze gaf een flinke haal aan het touw 1. met iets aan de haal gaan [ermee vandoor gaan] Zelfstandig naamwoord: haal halen...

Lees verder
2017
2021-09-27
Matrozen en mariniers

Jargon & Slang van Matrozen en mariniers

Haal

Haal - iemand een haal uit de mok geven: ervan langs geven, de les lezen.

1985
2021-09-27
Encyclopedie van Noord Brabant

Anton van Oirschot (1985-1986)

HAAL

haalijzer, ketelhaak met kepen, waaraan de ketel boven het haardvuur wordt gehangen. De pot kan hieraan hoger of lager worden verplaatst aan de haalboom in de schoorsteen. Vroeger moest de bruid het eerst de al aanraken. Ook: het driemaal om de haal leiden van de bruid, o.m. bekend in Deurne, Mill, Reusel. Het haalleiden geschiedde hier en daar ook...

Lees verder
1973
2021-09-27
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

haal

m. (-halen), 1. de daad van halen, trekken: mannen van de -, de vissers belast met het inhalen van de beug; 2. telkens wanneer men haalt, trek: een — met de zaag; telkens wanneer men inademt; trek bij het roken: een sigaret in een paar halen oproken; 3. aan de — gaan (of zijn), op de loop gaan (of zijn); het op een lopen zetten; 4. (g...

Lees verder
1952
2021-09-27
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Haal

s., hael; aan degaan, útnaeije, ütpike, útritse, op ’e hael, naed gean, (de) sokken (der yn) sette, fan ruten spylje.

1937
2021-09-27
Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Haal

Eertijds hadden de Germanen in de binnenruimte van hun woning slechts één vertrek en in het midden van dat vertrek bevond zich de haardstede met een inrichting om er de pot aan op te hangen. Dat was een draaibare boom, de haal. Het gebruik van de haal was het zinnebeeld der inbezitneming. In latere eeuwen gaf, in het Oosten van ons la...

Lees verder
1916
2021-09-27
Technisch woordenboek

H.J. van Eyk

Haal

= Keukenketting met haak (gebruikelijk boven een haardvuur).

1898
2021-09-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Haal

Het begrip haal heeft 4 verschillende betekenissen: 1. haal - HAAL, v. en o. (halen), heugel, ijzeren haak met ketting waaraan de ketel boven het vuur hangt kort de haal wat in de pot hangt te dicht op het vuur; — zoo zwart als een haal, zoo zwart als roet. 2. haal - HAAL, m. (halen), de daad van halen, trekken mannen van den haal, de vissc...

Lees verder