Wat is de betekenis van haaibaai?

2020
2021-09-20
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

haaibaai

felle, bazige vrouw. felle, onaardige vrouw met een grote mond die de baas speelt; gehaaide vrouw; feeks; helleveeg; kenau. Voorbeelden: En om het nog ingewikkelder te maken wordt die haaibaai van een bazin de eerste helft door een andere actrice gespeeld. http://www.filmkrant.nl/av/org/filmkran/archief/fk246/spider.html, 2003...

Lees verder
2020
2021-09-20
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

haaibaai

(17e eeuw) (inf.) bazige vrouw die veel drukte maakt en steeds het laatste woord moet hebben; manwijf; feeks. Ook wel: haaiebaai, heibei. Reduplicatie. Reeds bij Winschooten (Seeman, behelsende een grondige uitlegging van de Neederlandse Konst, en Spreekwoorden.... die uit de Seevaart sijn ontleend. 1681). Hiervan afgeleid: haaibaaierig (bazig o...

Lees verder
2019
2021-09-20
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

haaibaai

haaibaai - Zelfstandignaamwoord 1. kijfziek vrouwspersoon, kenau, heibei Woordherkomst samenstelling van haai en baai ? Verwante begrippen feeks, furie, harpij, helleveeg, megera, tang, wijf, xantippe

Lees verder
2007
2021-09-20
Scheldwoordenboek

Geschreven door Marc de Coster © 2007

haaibaai

bazige vrouw die veel drukte maakt en steeds het laatste woord moet hebben; manwijf; feeks. Ook wel: haaiebaai, heibei. Reduplicatie.Bij een erftante denkt men aan geld (symbool daarvan het licht-gele en okerkleurige fond); ze is in ’t schotsch (symbool daarvan de ruiten op het ‘kannetje’) en ze heeft de eigenschap ’n beetje...

Lees verder
1973
2021-09-20
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

haaibaai

v. (-en), (ook: heibei) vrouw met haren op de tanden, vinnige vrouw, m.n. vrouw met grote mond.

1950
2021-09-20
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Haaibaai

zie HEIBEL