Synoniemen van Haag

2019-09-15

haag

haag - Zelfstandignaamwoord 1. een afscheiding bestaande uit kreupelhout of struikgewas 2. op een rij naast elkaar geplaatste personen of zaken haag - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hagen ♢ Ik haag 2. gebiedende wijs van hagen haag! 3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hagen haag je? Ve...

Lees verder
2019-09-15

haag

haag - zelfstandig naamwoord 1. omheining van struiken ♢ er zat een merel in de haag te broeden 1. een haag vormen [de mensen in een rij opstellen] Zelfstandig naamwoord: haag de haag de hagen het haagje Synoniemen heg

Lees verder
2019-09-15

Haag

HAAG, v. (hagen), heg, heining van struikgewas eene dichte haag; eene doornen haag; — zijne kap over de haag hangen, smijten, het kloosterleven, den geestelijken stand vaarwel zeggen; — (veroud.) hei roer in de haag steken, wegloopen, deserteeren; — (gew.) achter de haag loopen, (van leerlingen) heimelijk de school verzuimen, spijbelen; — (Zuidn.) achter de haag getrouwd zijn, in verboden echtelijken omgang leven; achter hagen en kanten, in het verborgen — (dicht.) laag boschje: — (g...

Lees verder
2019-09-15

Haag

(De), zie Gravenhage (‘s).

2019-09-15

Haag

Haag of heg, dicht aaneengeplante rij heesters of z.g. veeren, welke dient tot afsluiting van een tuin of tot heining langs een weg of terrein. De h. wordt tot een hoogte van 1 a 1.50 M. en een dikte van 0.20 a 0.40 M. gebracht en door snoeien en knippen (scheren) tot de gewenschte afmeting onderhouden. Ze worden meestal geplant van den haagdoorn of haagbeuk, ook wordt hiervoor Thuja occidentalis stricta, Taxus, Buxus en Ligustrum ovalifolium, n.l. als men altijd groene h. hebben wil, gebruikt....

Lees verder
2019-09-15

Haag

Haag - Haag of heg, een omheining van levend gewas, in den regel één of twee maal per jaar met de heggeschaar in regelmatigen vorm geschoren, hetzij onder en boven even breed, hetzij, hetgeen dichter haag geeft, onder breeder. 1-3 m hooge h. dienen als terreinafscheiding; hoogere, veelal van zwarte els, gebruikt men als windkeering, lagere als tuinversiering. Men maakt verder h. in onze streken meest van meidoorn, haagbeuk, beuk, liguster, Spaansche aak e.d., wanneer zij niet, &mda...

Lees verder