Wat is de betekenis van gym?

2020
2021-01-16
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

Gym

1) (1911) (schol.) Gymnasium. • Onder de jongens van het ‘Gym’ had je groote, sterke kerels, haast volwassen mannen wel, en die keken zoo nauw niet, als met krachtig spel den vijand een goaltje afhandig gemaakt moest worden; dan stormden zij onder den gemeenschappelijken krijgskreet van ‘Blauw! Blauw!’ met hu...

Lees verder
2019
2021-01-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

gym

gym - Zelfstandignaamwoord 1. gymnastiekles We hebben zo gym. gym - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gymmen ♢ Ik gym 2. gebiedende wijs van gymmen gym! 3. (bij inversie) t...

Lees verder
2018
2021-01-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

gym

gym - zelfstandig naamwoord 1. lichaamsoefeningen om je spieren sterk en lenig te maken ♢ je moet iets aan gym gaan doen met je stijve spieren Zelfstandig naamwoord: gym de gym Synoniemen gymnastiek

Lees verder
2008
2021-01-16
Atletiek- en turnwoordenboek

Atletiek- en turnwoordenboek door Jan Luitzen

gym

(de) 1 (g.mv.) GY - (als verkorting van) gymnastiek. 2 (g.mv.) GY - (als verkorting van) gymnastiekles. 3 (g.mv.) GY met hoofdletters - magazine over gym- sport, uitgegeven door de KNGU → GYMmagazine 4 ( s) KR - private instelling waar kracht-, vechtsport- en fitnesstrainingen worden gegeven. • In de atletiek en de voetballerij spreekt men veela...

Lees verder
1973
2021-01-16
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

gym

1. v., verkorting van gymnastiek, gymnastiekles, -zaal enz., ook in samenst. als gymschoenen e.d.; 2. o., verkorting van gymnasium: hij zat bij hem op het —.

Lees verder
1950
2021-01-16
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Gym

1. v., verkorting van gymnastiek, gymnastiekles, -zaal enz. 2. o., verkorting van gymnasium.

Lees verder
1898
2021-01-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gym

GYM, v. verkorting van gymnastiek, gymnastiekles, -zaal enz. — ook van gymnasium.

Lees verder