Wat is de betekenis van Gust?

2020
2022-01-20
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Gust

Verkorting van Gustaaf (Zuid-Nederlands) of van Augustus.

2019
2022-01-20
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Gust

Gust - Eigennaam 1. (mannelijke naam) jongensnaam

Lees verder
1993
2022-01-20
Peter Timofeeff

Prisma van het Weer

Gust

Zie: windstoot

1973
2022-01-20
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

gust

bn., 1. (van vee) niet drachtig: een guste koe; (ook) niet meer melk gevend, droogstaand; (jacht) guste hoenders, patrijzen zonder jongen; (van ooftbomen) geen vruchten dragende; 2. (fig.) guste kost, schrale, magere kost.

Lees verder
1964
2022-01-20
voornamen

Voornamenboek

Gust

m Verkorting van Gustaaf (Zuid-Ndl.) of van Augustus.

Lees verder
1954
2022-01-20
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Gust

(veet.) heet een dier, dat niet drachtig is.

1952
2022-01-20
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Gust

adj., g(j)eld, gjolt, gust; (van melkvee), fear.

1950
2022-01-20
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Gust

bn., 1. (van vee) niet drachtig: een guste koe; (ook) niet meer melk gevende, droogstaande; — (jag.) guste hoenders, patrijzen zonder jongen ; — (van ooftbomen) geen vruchten dragende; 2. (fig.) dat is guste kost, schrale, magere kost, zonder vlees of spek ; 3. (gew.) lens: leeg ; blut.

Lees verder
1937
2022-01-20
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

gust

bn. (1 van vee: niet drachtig; geen melk meer gevend; 2 schraal): 1. guste koeien zijn voor de vetweide bestemd; 2. guste kost.

Lees verder
1916
2022-01-20
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gust

Gust noemt men vrouwelijke huisdieren als zij niet drachtig zijn. Men houdt de koeien wel expres g., als men ze wil vetmesten. Alle vrouwelijke dieren kunnen het ook zijn door onvruchtbaarheid of door vroeg- of misgeboorte.

1898
2022-01-20
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gust

GUST, bn. (van vee) niet drachtig eene guste koe; — (ook) niet meer melk gevende, droogstaande; — (jong.) guste hoenders, patrijzen zonder jongen; — (van ooftboomen) geen vruchten dragende; — (fig.) dat is guste kost, schrale, magere kost, zonder vleesch of spek.

Lees verder