Wat is de betekenis van gunst?

2020
2021-09-22
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

gunst

(19e eeuw) (euf. voor God) bastaardvloek; uitroep van verbazing of ontsteltenis. I.p.v. God wordt één van zijn eigenschappen genoemd. • De gewone kreten van „gunst is 't mogelijk! — Heere bewaar ons! — Wat je zegt! (J. van Lennep: De Lotgevallen van Klaasje Zevenster. 1866) • gunst! of: gu...

Lees verder
2019
2021-09-22
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

gunst

gunst - Zelfstandignaamwoord 1. het vrijwillig verlenen van een dienst of goed aan iemand om iemand ter wille te zijn Wil je mij een gunst doen en mij even helpen? Woordherkomst Naamwoord van handeling van gunnen met het achtervoegsel -st Antoniemen ongunst

Lees verder
2018
2021-09-22
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

gunst

gunst - zelfstandig naamwoord 1. wie goed is voor zijn mindere terwijl hij daartoe niet verplicht is ♢ het was een gunst van mijn baas dat ik een uur eerder weg mocht 2. iets waaruit blijkt dat iemand je goed gezind is, je graag mag...

Lees verder
2004
2021-09-22
Woordenboek van Eufemismen

Marc De Coster

gunst

Uitroep van verbazing, schrik of medelijden. Eigenlijk een eufemisme voor God: hier genoemd naar een der eigenschappen die hij bezit. In het Engels zegt men ook ‘gracious goodness’. Maar me lieve gunst, wat scheelt er dan toch an? Nicolaas Beets: Camera Obscura. 1839 ‘Gunst’ zei ze, ‘nu heb ik geen schoon kopje om het in over te gieten....

Lees verder
1997
2021-09-22
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

gunst

In plaats van God wordt een van de eigenschappen die hij bezit genoemd, zoals ook bij genade! en goede genadigheid! Vgl. het Engelse gracious goodness. In het hedendaags Nederlands is gunst nog zeer gebruikelijk. Het fungeert in de gedaante gunst! en mijn lieve gunst! vooral als uitroep van verbazing...

Lees verder
1977
2021-09-22
Erotisch woordenboek

Hans Heestermans

gunst

gunst - eig.: blijk van genegenheid, liefde, vervolgens in de verb. uiterste, laatste gunst als eufemisme voor de coïtus. De vrouwen van Otaheiti ... zyn groot ongelyk aangedaan door die geenen, die hen alle, zonder onderscheid, afgebeeld hebben, als gereed om aan ieder manspersoon, die den gevorderden prys wil betalen, de laatste gunst toe te...

Lees verder
1973
2021-09-22
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

gunst

v. (-en), 1. onverplichte goedheid van een meerdere jegens zijn mindere; (zegsw.) gunst baart nijd; 2. welwillende, gunstige gezindheid, genegenheid: ik verheug mij in zijn ik beveel mij aan in uw —; bij iemand in de — staan, in de gratie zijn; begunstiging: het is meer — dan kunst, gezegde om aan te duiden dat benoemingen dikwij...

Lees verder
1952
2021-09-22
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Gunst

s., gunst; erg in destaan, heech op 'e stâl stean; iemandszoeken, immen op ’e (lije) side krûpe, komme.

1950
2021-09-22
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Gunst

v. (-en), 1. onverplichte goedheid van een meerdere jegens zijn mindere; inz. van Gods goedertierenheid en van de goede gezindheid van vorsten enz. jegens hun onderdanen ; (zegsw.) gunst baart nijd; 2.welwillende, gunstige gezindheid, genegenheid: ik verheug mij in zijn gunst; ik beveel mij aan in uw gunst; bij iem. in de gunst st...

Lees verder
1898
2021-09-22
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gunst

GUNST, v. (-.,n), gunstige gezindheid, genegenheid ik verheug mij in zijne gunst; ik beveel mij aan in uwe gunst; bij iem. in de gunst staan, in de gratie zijn; — begunstiging het is meer gunst dan kunst, gezegde om aan te duiden dat benoemingen dikwijls aan gunst te danken zijn;. — verzoeke om de gunst en recommandatie, om de klandizie...

Lees verder
1870
2021-09-22
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Gunst

Gunst is welwillendheid, die zich tot bepaalde personen uitstrekt, en gepaard gaat met de gezindheid, om aan hen weldaden te bewijzen en hun geluk te bevorderen. Wie gunst bewijst, noemt men een begunstiger, en wie haar ontvangt een begunstigde. Meu past zulks ook toe op levenlooze dingen, daar men bijvoorbeeld spreekt van gunstig of ongunstig wede...

Lees verder