Wat is de betekenis van guitig?

2019
2022-09-29
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

guitig

guitig - Bijvoeglijk naamwoord 1. op een grappige manier ondeugend vooral van kinderen De guitige kinderen trokken gekke bekken naar de burgemeester die er dan ook om lachten moest. Woordherkomst afleiding van guit met het achtervoegsel -ig Synoniemen schalks, schelms

Lees verder
2018
2022-09-29
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

guitig

guitig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: gui-tig 1. op een leuke manier ondeugend ♢ dat jochie kan je zo guitig aankijken Bijvoeglijk naamwoord: gui-tig ... is guitiger dan ... het guit...

Lees verder
1973
2022-09-29
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

guitig

bn. en bw. (-er, -st), schalks, schelms: hij heeft zo’n — gezicht; een — antwoord; bw., op guitige wijze: hij kijkt zo —.

1952
2022-09-29
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Guitig

adj. & adv., gutich, bizich, skarlunich, bryk, skelmsk; — kijken, glûpich sjen.

1950
2022-09-29
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Guitig

bn. bw. (-er, -st), schalks, schelms: hij heeft zo'n guitig gezicht; een guitige knaap, een aardige jongen, die vol guitenstreken zit; een guitig antwoord ; — bw., op guitige wijze: hij kijkt zo guitig, hij heeft zeker iets in de zin.

1937
2022-09-29
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

guitig

bn., bw. (onschuldig-grappig; schalks, schelms): een guitig gezicht, schalks.

1930
2022-09-29
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

guitig

bn. en bw. (-er, -st) schalks, grappig: een gezicht; doen.

1898
2022-09-29
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Guitig

GUITIG, bn. bw. (-er, -st), schalksch, schelmsch hij heeft zoo'n guitig gezicht; een guitige knaap. een aardige jongen, die vol guitenstreken zit; een guitig antwoord; — bw. op guitige wijze hij kijkt zoo guitig, hij heeft zeker iets in den zin. GUITIGHEID, v. (...heden).

Lees verder