Wat is de betekenis van gruttenbuik?

2020
2021-07-26
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

gruttenbuik

(19e eeuw) (Leiden) weesjongen. Vgl. grutteneter: een matroos die voortdurend grutten (gekookte rijst) voorgeschoteld krijgt. • (Kinder-courant. 1854) • Vuile gore pappens, kakmadam, loeder, lendeka, gruttebuik. Je kan wel hore dat je er een bent van de natte flors. (Wout Bodrij: Een stem uit de achterbuurt. 1980)

Lees verder
2007
2021-07-26
Scheldwoordenboek

Geschreven door Marc de Coster © 2007

gruttenbuik

(Leiden) weesjongen. Vgl. grutteneter: een matroos die voortdurend grutten ((geplette) gerst/gort) voorgeschoteld krijgt. Vuile gore pappens, kakmadam, loeder, lendeka, gruttebuik. Je kan wel hore dat je er een bent van de natte flors. (Wout Bodrij, Een stem uit de achterbuurt, 1980)

Lees verder

Gerelateerde zoekopdrachten