Wat is de betekenis van grutten?

2019
2021-06-22
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

grutten

grutten - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord grut 2. (voeding) mengsel van gebroken graankorrels. Er zijn grutten van boekweit, haver, gerst en rijst (gebroken rijst) grutten - Werkwoord 1. grutten maken grutten - Werkwoord 1. meervoud verleden tijd van grutten ...

Lees verder
2016
2021-06-22
Culinair van a tot z

Culinair van a tot z

grutten

Grof gemalen boekweit, haver of tarwe en dat gebruikt wordt als basis voor diverse papsoorten.

1982
2021-06-22
Encyclopedie van Zeeland

Alles over Zeeland

GRUTTEN

→ Boekweit.

1950
2021-06-22
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Grutten

(grutte, heeft gegrut), 1. grut of grutten maken, boekweit en haver pellen en grof malen; 2. (w. g.) gerst pellen, gort maken.

Lees verder
1937
2021-06-22
Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Grutten

Gepelde en gebroken graankorrels. Men pelt alleen gerst, boekweit, rijst en haver. De andere granen leenen zich daar niet toe, omdat hun schil te vast aan de kern is verbonden. Ze hebben bovendien een groeve, waar men de schil niet raken kan. Gewoonlijk verstaat men onder grutten gebroken gort (gort is, gepelde, rondgeslepen en geglansde gerst). Me...

Lees verder
1933
2021-06-22
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Grutten

→ Boekweit.

1933
2021-06-22
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Grutten

Grutten - Grutten zijn gebroken gortkorrels. Behalve van gerst worden g. ook van haver en boekweit gemaakt. → Gort.

1916
2021-06-22
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Grutten

Grutten - Gepelde en gebroken (zeer grof gemalen) vrucht van de gerst, ook van boekweit (boekweitgrutten). Grutten bevatten b.v.: water: 14,80%; eiwit: 10,90%; vet: 1,50%; koolh.: 72,20%; Asch: 0,60%; Boekweitgrutten resp.: 13,97%, 10,58%, 2,39%, 71,15% en 1,91%.

1898
2021-06-22
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Grutten

GRUTTEN, (grutte, heeft gegrut), grut of grutten maken, boekweit en haver pellen en grof malen; (w. g. ) gerst pellen, gort maken.