Wat is de betekenis van Gros?

2026-10-08
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Gros

o., 1. het grootste aantal, de meesten (van de genoemde...

2026-10-08
Indonesisch Nederlands woordenboek

W. J. S. Poerwadarminta en dr. A. Teeuw (1950)

gros

gros (144 stuks).

2026-10-08
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

gros

gros - Zelfstandignaamwoord 1. een dozijn dozijnen = 144...

2026-10-08
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

gros

gros - zelfstandig naamwoord 1. het grootste aantal ervan ♢...

2026-10-08
Papiaments woordenboek

Papiaments woordenboek

gros

gros

2026-10-08
Etymologisch Woordenboek voor Beginners

Gerbrand Bakker (1997)

GROS

BEPAALDE HOEVEELHEID; TWAALF KEER EEN DOZIJN (DUS: 144 STUKS...

2026-10-08
Woordenboek vreemde woorden

A. Kolsteren en Ewoud Sanders (1994)

Gros

[Fr. grosse; oorspr.: vr....

2026-10-08
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks (1993)

Gros

144 stuks; grootste deel

2026-10-08
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

gros

twaalf dosyn; meerderheid.

2026-10-08
De vreemde woorden

Fokko Bos, Dr. O. Noordenbos (1955)

Gros

o., het grootste deel; twaalf dozijn.

2026-10-08
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Gros

s.n., gros (it).

‘Gros’ komt ook voor in deze premiumwerken

Bekijk het volledige resultaat via het betreffende premiumwerk.