Wat is de betekenis van Grootte?

2026-01-19
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Grootte

v. (-n, -s), 1. de hoedanigheid van groot te zijn: door zijn grootte kon het schip in de haven niet wenden; (zegsw.) het is in de grootte niet gelegen, anders zou de koe de haas wel vangen; 2. uitgebreidheid, omvang, (breedte, lengte, dikte, oppervlakte enz.): de polder heeft een grootte van bijna 300 bunder; stukken van ve...

Wil je de volledige toegang tot alle 20 resultaten?

Word vriend

Of oriënteer eerst en blader door onze categorieën


Studenten en medewerkers van onderstaande onderwijsinstellingen hebben gratis toegang

Universiteit Leiden University of Amsterdam Universiteit Utrecht
2026-01-19
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

grootte

grootte - Zelfstandignaamwoord 1. de mate waarin iets groot is, de afmeting Een meloen ter grootte van een voetbal. Woordherkomst Afgeleid van groot met het achtervoegsel -te. Synoniemen maat omvang