Wat is de betekenis van grootboek?

2019
2021-12-07
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

grootboek

grootboek - Zelfstandignaamwoord 1. (financieel) de verzameling van alle grootboekrekeningen met de wijzigingen die zich gedurende een bepaalde periode voordoen In een grootboek wordt van elke grootboekrekening afzonderlijk een overzicht bijgehouden. Woordherkomst samenstelling va...

Lees verder
1990
2021-12-07
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

grootboek

grootboek - Kantoorboeken, gerangschikt naar afzonderlijke personen of rekeningen, waarin de laatste aantekening geschiedt van alle inkomsten, uitgaven en andere transacties.

1983
2021-12-07
Lexicon van Nederlandse archieftermen

Lexicon van Nederlandse archieftermen

Grootboek

Een grootboek is een register, waarin: de samenstelling van de bezittingen, de schulden en het vermogen, alsmede de veranderingen daarin, onder hoofden van rekening worden geboekt; de ontvangsten en/of uitgaven per post van de begroting of per onderdeel daarvan worden geboekt. Vgl. N.A.T. nr. 36: Een grootboek is een geschrift, waarin bezittingen e...

Lees verder
1973
2021-12-07
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

grootboek

o. (-en), een van de hoofdboeken van een boekhouding, waarin van alle bezittingen en schulden rekeningen zijn geopend.

1954
2021-12-07
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Grootboek

is in het dubbel boekhouden een boek, waarin cen folio of rekening wordt geopend voor alle op de balans voorkomende bezittingen en schulden, terwijl ook voor de verschillende soorten van kosten en opbrengsten dgl. rekeningen worden gebruikt. M.b.v. het journaal worden nu in de loop van het boekjaar alle wijzigingen in het vermogen en in de vermogen...

Lees verder
1950
2021-12-07
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Grootboek

o. (-en), 1. (boekk.) een der hoofdboeken van de koopman, het boek waaruit geregeld kan worden opgemaakt de stand der rekening van ieder met wie hij zaken doet: de linkerzijde van het grootboek is bestemd voor de ontvangsten, de rechterzijde voor de uitgaven; 2. register waarin de schulden van een staat zijn ingeschreven, inz. het...

Lees verder
1937
2021-12-07
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

grootboek

o. grootboeken (dubbel-boekhouden: hoofdboek, waarin voor alle bezittingen en schulden rekeningen zijn geopend): het grootboek der nationale schuld, landsschuldregister der nationale schulden.

1933
2021-12-07
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Grootboek

→ Boekhouden.

1933
2021-12-07
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Grootboek

Grootboek - (econ.), het samengevatte overzicht over de hoofdgroepen der vermogensbestanddeelen en van het vermogen en zijn veranderingen. Soms ontmoet men het inderdaad in den vorm van een boek. In heel veel gevallen bestaat het echter enkel uit één staat, waarop alle rekeningen voorkomen, bijv. journaal proefbalans. Van sub-grootboe...

Lees verder
1916
2021-12-07
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Grootboek

Grootboek - zie BOEKHOUDING.

1910
2021-12-07
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Grootboek

Grootboek - het boek, waarin voor bepaalde activa of passiva afzonderlijk, of groep daarvan een rekening geopend is, en waarop aangeteekend wordt: het ontstaan van bezit, tenietgaan van schuld (links), het tenietgaan van bezit, ontstaan van schuld (rechts). Ook wel genoemd: rekeningenboek. Zie J. Hagers Koopmansboekhouden, deel I.

Lees verder
1898
2021-12-07
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Grootboek

GROOTBOEK, o. (-en), (boekh.) een der hoofdboeken van den koopman, het boek waaruit geregeld kan worden nagezien de stand der rekening van ieder met wien hij zaken doet: de linkerzijde van het grootboek is bestemd voor de ontvangsten, de rechterzijde voor de uitgaven; — een register waarin de schulden van een staat zijn ingeschreven, inz. het...

Lees verder
1870
2021-12-07
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Grootboek

zie Staatsschuld.