Grondrecht
o. (-en), 1. het recht, de rechtsinstellingen waarop het overige of latere recht steunt; 2. die rechten welke volgens sommigen niet zouden voortvloeien uit de Grondwet, maar vóór en onafhankelijk van deze bestaan, als de mens van nature toekomende : 3. recht tot het gebruiken van de grond.