Wat is de betekenis van Grond?

2020
2020-10-30
Algemeen Nederlands Woordenboek

Algemeen Nederlands Woordenboek

grond

Het begrip grond heeft 8 verschillende betekenissen: 1) aardoppervlak of vloer. de oppervlakte waarop we gaan en staan, hetzij de aardoppervlakte of de vloer van een vertrek. 2) bovenste aardlaag. bodemlaag waarin de planten groeien; bovenste aardlaag; bodem. 3) aarde. vaste stof, vaak een grofkorrelig en donker mengsel van d...

Lees verder
2020
2020-10-30
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

grond

grond - Zelfstandignaamwoord 1. een bepaald stuk van het aardoppervlak De projectontwikkelaar heeft die grond gekocht om huizen op te bouwen. 2. de stof van het aardoppervlak waarop planten en bomen groeien De jongen zat de hele dag met zijn handen in de gron...

Lees verder
2017
2020-10-30
Bodemrichtlijn

Richtlijn herstel en beheer (water)bodemkwaliteit

Grond

Grond is vast materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 mm.

2017
2020-10-30
Voetballers

Jargon & Slang van Voetballers

Grond

Grond - 'iemand de grond intrappen': op brutale wijze doen vallen.

2013
2020-10-30
Winish Ganesh

Fractiemedewerker Tweede Kamerfractie PvdA

Grond

In het recht wordt de grond aangemerkt als onroerende zaak en bestaat het uit meer dan slechts de bovengrond. Indien er in het recht over onroerende zaken gesproken wordt, is het aannemelijk dat er wordt gesproken over de grond. De grond is immers het voorbeeld van een onroerende zaak ingevolge artikel 5:20 van het Burgerlijk Wetboek. De grond beva...

Lees verder
2008
2020-10-30
Atletiek- en turnwoordenboek

Atletiek- en turnwoordenboek door Jan Luitzen

grond

→ vloer

2000
2020-10-30
Bijbels Lexicon

Door Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart

Grond

Heilige grond, gewijde plaats; ruimer: plaats of terrein met een bijzondere waarde voor iemand, plek die niet aangetast mag worden. Het is niet zeker maar ook niet uitgesloten dat de volgende bijbelplaats ten grondslag ligt aan deze uitdrukking. Het betreft de geschiedenis van de roeping van Mozes bij het brandende braambos. God roept Mozes vanuit...

Lees verder
1997
2020-10-30
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

grond

De verwensing zak in de grond weg! heeft als gevoelswaarde ‘ik ben woedend, verontwaardigd over je gedrag of handelswijze, ik veracht je en wil niets meer met je te maken hebben, hoepel op’. zie zakken.

Lees verder
1994
2020-10-30
Muiswerk

Woordenboek van Muiswerk Educatief

grond

grond - zelfstandig naamwoord 1. bodemlaag waarin planten en bomen groeien ♢ er zit te weinig grond in deze plantenbak 1. groente van de koude grond [niet in de kas gekweekt] 2....

Lees verder
1949
2020-10-30
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Grond

in de betekenis van aarde, is een aan de oppervlakte der aarde optredend, door verwering ontstaan mengsel van gesteente- en mineraal fragmenten, vermengd met organische bestanddelen.

1948
2020-10-30
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

grond

(Z.A.) m. gruis.

1933
2020-10-30
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Grond

Grond - (Lat.: ratio) (philos.), in het algemeen datgene, waarop iets anders berust; meer in het bijzonder denkbeginsel of principe van kennis (➝Beginsel). Als zoodanig strekt het zich verder uit dan het begrip oorzaak, dat veeleer uitsluitend zijnsbeginsel beteekent: niet enkel de oorzaak, maar ook het ➝gevolg kan immers kenbeginsel zijn. Er kunne...

Lees verder
1916
2020-10-30
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Grond

Grond - 1) is de bovenste kruimelige laag van de vaste oppervlakte der aarde. Ze vormt het medium, waarin de plantenwortels zich verspreiden. Uit een cultuuroogpunt verdeeld in „bovengrond” (de bouwvoor of teellaag) en den daaronderliggenden „ondergrond”. De samenstelling en toestand van beide lagen, doch vooral van den bovengrond hebben grooten in...

Lees verder
1916
2020-10-30
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

grond

m. (-en), 1. de bodem waarop men leeft, de oppervlakte van de aarde: de dreunt; takken die neerhingen tot de —; de was met bloemen bedekt; laag bij de blijven, zich laag bij de houden, (fig.) geen buitensporige dingen doen, (ook) geen hoogvlieger zijn; laag bij de — (van uitingen), plat, niet verheven; de begane —, de natuurlijke...

Lees verder
1898
2020-10-30
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Grond

GROND, m. (-en), de bodem waarop wij leven, de oppervlakte der aarde: eeuwenoude beuken met takken, die neerhingen tot den grond; de grond was met bloemen bedekt; — laag bij den grond blijven, zich laag bij den grond houden, (fig.) geen buitensporige dingen doen, (ook) geen hoogvlieger zijn; — de begane grond, de natuurlijke oppervlakt...

Lees verder