Wat is de betekenis van Groenoog?

1916
2020-10-31
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

groenoog

o., gebrek aan het oog van een paard waarbij de oogappel een groenachtige weerschijn heeft.

1898
2020-10-31
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Groenoog

GROENOOG, o. zeker gebrek aan het oog van een paard, als de oogappel een groenachtigen weerschijn heeft; —, m. en v. iemand die groene oogen heeft. GROENOOGIG, bn. met groene oogen.

Lees verder