Wat is de betekenis van groei?

2019
2020-11-29
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

groei

groei - Zelfstandignaamwoord 1. het groter worden Zijn groei schokte de wereld. groei - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van groeien ♢ Ik groei 2. gebiedende wijs van groeien groei!...

Lees verder
2018
2020-11-29
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

groei

groei - zelfstandig naamwoord 1. steeds groter of beter worden ♢ de groei van de club is enorm 1. op de groei gekocht [zo groot, dat je er nog in kunt groeien] 2. persoonlijke g...

Lees verder
2017
2020-11-29
Bijlesnetwerk

Bijlesnetwerk verzorgt bijles in heel Nederland

Groei

Een van de belangrijkste factoren van groei is het beter benutten van de productiefactor arbeid. Je hebt vast ooit de term ‘kenniseconomie’ gehoord, daarmee wordt vooral bedoeld dat arbeiders betere scholing moeten krijgen. Dat heeft te maken met de kwaliteit van arbeid, waar ook andere factoren als ervaring, arbeidsspecialisatie en gezondheid een...

Lees verder
1990
2020-11-29
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

groei

groei - Het toenemen in grootte of substantie door natuurlijke ontwikkeling.

1981
2020-11-29
Lexicon der Natuurgeneeskunde

Vraagbaak voor het moderne gezin (Uitgave Milinda Uitgevers, 1981)

Groei

het geleidelijk aan bereiken van bepaalde afmetingen en gewicht. Begint met de bevruchting van het ei in het moederlichaam en bereikt een bepaalde afsluiting na de puberteitsjaren, ongeveer in het midden van de twintiger jaren. De lichaamsgrootte is vastgesteld in de erfelijke aanleg, wordt bestuurd door de klieren met interne secretie, maar ook do...

Lees verder
1974
2020-11-29
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

groei

volumetoename van organisme door toename van cellen (celdeling), de hoeveelheid tussencelstof of vergroting van de cellen (celstrekking). Groei wordt bepaald door genotype, beschikbare voedsel, hormonen (groeihormoon, thyroxirie). Bij hogere planten vindt groei plaats door celdeling in groeitoppen en door celstrekking. Celwanden groeien sterk, de...

Lees verder
1973
2020-11-29
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

groei

m., 1. het groeien, het toenemen in grootte van levende wezens of hun organen (e);devan de planten; de — van het haar; die jongen is in zijn —, in zijn wasdom, de periode waarin hij groeit; een broek die op de — gemaakt is, te groot en te wijd genomen, zodat hij ook bij toenemende wasdom kan dienen; die boom komt niet tot volle &...

Lees verder
1933
2020-11-29
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Groei

Groei - 1° plantk. De toppen van wortels en stengels bestaan uit cellen, die zich voortdurend vermenigvuldigen door deeling. → Groeipunten. De cellen, die naar de zijde van den top gevormd worden, blijven hun vermogen tot vermenigvuldiging behouden; de cellen, die naar de andere zijde ontstaan, gaan direct of na eenige deelingen over in vo...

Lees verder
1916
2020-11-29
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Groei

Groei - 1) van weefsels. Wanneer een weefsel groeit, geschiedt dit door vermeerdering der elementen, de cellen, of door toename van de stof, die uit de cellen wordt gevormd. In het eerste geval zullen nieuw ontstane cellen tusschen de reeds aanwezige plaats vinden, deze uit elkaar drukken en zoo de massa vergrooten. Dit is groei door intassusceptie...

Lees verder
1898
2020-11-29
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Groei

GROEI, m. het groeien, het toenemen in grootte de groei der planten; die knaap is in zijn groei, in zijn wasdom, de periode waarin hij groeit; — eene broek die op den groei gemaakt is, te groot en te wijd genomen, ten einde ook bij toenemenden wasdom te kunnen dienen; — hij heeft den groei in de beenen, zeker pijnlijk gevoel in de lede...

Lees verder