Wat is de betekenis van grijsaard?

2020
2021-11-29
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

grijsaard

oudere man met grijs haar. iemand die bejaard is; oudere; man met grijs haar. Voorbeelden: Kijkt u eens naar die foto aan de muur, die grijsaard naast onze president, die een hand geeft aan de president van Amerika, hij is onze grootste schrijver. De Standaard, 1997 Ik stond op en trok mijn badjas aan. Ging voor de wastafel s...

Lees verder
2019
2021-11-29
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

grijsaard

grijsaard - Zelfstandignaamwoord 1. oude man De grijsaard zei hem: 'Blijf in je habijt en ik zal boete doen voor jou.' Woordherkomst Afgeleid van grijs met het achtervoegsel -aard Verwante begrippen bejaarde

Lees verder
2018
2021-11-29
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

grijsaard

grijsaard - zelfstandig naamwoord uitspraak: grijs-aard 1. oude man met grijs haar ♢ de grijsaard liep met een rollator Zelfstandig naamwoord: grijs-aard de grijsaard

Lees verder
1980
2021-11-29
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Grijsaard

Met het woord aard in de betekenis: eigenschap, wezen, karakter heeft het tweede deel van het woord grijsaard niets te maken. Het is een achtervoegsel waarmee vroeger persoonsnamen werden gevormd, die meestal een ongunstige betekenis hadden. Dat is met grijsaard nu niet meer het geval, maar in het Middelnederlands betekende dit woord: grijskop, kno...

Lees verder
1973
2021-11-29
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

grijsaard

m. (-s), iemand met grijs haar, oude man: een afgeleefde —; een frisse, een groene —, die nog helder en opgewekt van geest is; ook een jeugdige —, ook voor iemand die grijs is voor de tijd.

1952
2021-11-29
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Grijsaard

s., skierkert, griiskop.

1950
2021-11-29
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Grijsaard

m. (-s), iemand met grijs haar, oud man: een afgeleefde grijsaard;een frisse, een groene grijsaard, die nog helder en opgewekt van geest is; evenzo een jeugdig grijsaard, ook voor iemand die grijs is voor de tijd.

1937
2021-11-29
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

grijsaard

m. grijsaards (oude man): de grijsaard en de jongeling; een jeugdig grijsaard, iem., die grijs (fig. afgeleefd) is vóór zijn tijd.

1916
2021-11-29
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Grijsaard

Grijsaard - zie CEPHALOCEREUS.

1898
2021-11-29
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Grijsaard

GRIJSAARD, in. (-s), iemand met grijs haar, oud man een afgeleefde grijsaard; — een frissche, een groene grijsaard, die nog helder en opgewekt van geest is; — een jeugdig grijsaard, (scherts.) iemand die grijs is voor den tijd.

Lees verder