Wat is de betekenis van Goudgulden?

1973
2022-08-13
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

goudgulden

m. (-s), 1. (voorheen) rekeneenheid ter waarde van 28 stuiver (→florijn); 2. sedert de invoering van zilveren munten van dezelfde waarde gebruikelijke aanduiding voor de in goud geslagen gulden, m.n. de Rijnse gulden.

Lees verder
1958
2022-08-13
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

GOUDGULDEN

zie Carolusgulden, Floreen, Florijn.

1952
2022-08-13
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Goudgulden

s., goudgoune.

1937
2022-08-13
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

goudgulden

m. goudguldens (gouden muntstuk: Nederlandse 28-stuiverspenning, zilveren florijn of 28 geheten, was = ƒ 1.40).

1916
2022-08-13
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Goudgulden

Goudgulden - zie GULDEN.

1910
2022-08-13
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Goudgulden

Goudgulden - oude Nederlandsche munt van 28 stuivers of f 1,40. De oudere goudgulden was een nabootsing van den florencer, den in 1252 geslagen gulden, en evenals deze uit zuiver goud geslagen.

1898
2022-08-13
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Goudgulden

m. (-s), (hist.) een gouden muntstuk: Overlandsche, Beiersche goudguldens; (ook) zekere zilveren munt, ter waarde van ƒ 1,40, florijn, achtentwintig.

Gerelateerde zoekopdrachten