Wat is de betekenis van Gordel?

2018
2022-05-23
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

gordel

gordel - zelfstandig naamwoord uitspraak: gor-del 1. riem of band voor om je middel ♢ bij een judopak hoort een gordel 2. band of riem om je mee vast te zetten ♢ als je autorijdt moet de gordel...

Lees verder
1992
2022-05-23
Symbolen

Hans Biedermann

gordel

In de bijbelse symboliek is het ‘omgorden van de lendenen’ symbool voor de bereidheid om op reis te gaan en ten strijde te trekken, daarnaast van zedelijkheid omdat de gordel de benedenste lichaamshelft van de bovenste scheidt (zie boven/beneden). De Melkweg wordt vaak als ‘gordel van het firmament’ betiteld.

Lees verder
1990
2022-05-23
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

gordel

gordel - Smalle riemen, koorden, sjerpen of dergelijke die meestal voor de sier zijn en om het middel worden gedragen om kleding te sluiten of nauwer te maken of die fungeren als middel om kleine objecten zoals portefeuilles of sleutels te houden.

1973
2022-05-23
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

gordel

m. (-s), 1. band of riem die men om het middel draagt om de kleren bijeen te houden of op te schorten, ook (vooral voorheen) gebruikt om er wapens, tassen enz. aan te hangen of er iets tussen te steken, soms ook alleen als sieraad: een lederen (m.n.) gezondheidsgordel: een stoot onder de ook fig. ceintuur; (sterrenkunde) de middelste sterren van Or...

Lees verder
1952
2022-05-23
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Gordel

s., gurdle, gurl, mulbân, (mul)riem.

1937
2022-05-23
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

gordel

m. gordels, gordeltje (1 riem, band om het middel om de kleren bijeen te hemden, op te schorten, als sieraad; 2 R.-K. deel v. h. misgewaad; 3 kring, krans; 4 aard- en hemelbeschrijving: zone, riem inz. in samenst.): 1. een jachtmes hing aan zijn leren gordel; 2. de gordel dient om de albe op te schorten; verg. singel; 3. een gordel van forten; 4 de...

Lees verder
1933
2022-05-23
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Gordel

Gordel - 1° (d i e r k.) geheel of gedeeltelijk gesloten ring van beenstukken, die bij den mensch en vele gewervelde dieren den romp vooraan en achteraan (resp. schouder- en bekkengordel) omgeeft. 2° (Klimatologisch en meteorologisch) ➝ Aardgordels. 3° (S t e r r e n k.) Gordel van Orion, ➝ Drie Koningen.

Lees verder
1926
2022-05-23
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Gordel

In de Oostersche landen werden, zoowel door mannen als door vrouwen, lange kleederen gedragen, die afhingen tot op de voeten. Deze dracht, hoe sierlijk ook, had echter haar bezwaren. Er deden zich gevallen voor, waarin men door het bijna slepende gewaad in zijn bewegingen werd gehinderd. Daarom moest het, bij het verrichten van velerlei arbeid, en...

Lees verder
1898
2022-05-23
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gordel

m. (-s), band of riem dien men om het middel draagt om de kleederen bijeen te houden of op te schorten, bij de vroegere kleedij ook gebezigd om er wapens, tasschen enz. aan te hangen of er geldbeurzen tusschen te steken, soms ook alleen dienende tot sieraad: een lederen gordel: — (zegsw.) iemand een hart onder den gordel steken, hem moed geve...

Lees verder