Wat is de betekenis van gonzen?

2020
2021-04-18
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

gonzen

(1947) (mar.) zeuren; kletsen; roddelen. In de zin van 'grommen, knorren' reeds opgetekend bij Wolff en Deken (1785): "Wy gonzen, en morren, en grommen over alle beuzelingen." • (Dr. C.G.N. De Vooys: Verzamelde taalkundige opstellen. Deel III. 1947) p. 241 • Gonzen. Overvloedig en vermoeiend praten. Geruchten doen de ronde. (F...

Lees verder
2019
2021-04-18
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

gonzen

gonzen - Werkwoord Woordherkomst waarschijnlijk een klanknabootsing Uitdrukkingen en gezegden ♦ het gonst van de geruchten er gaan veel onbevestigde verhaaltjes de ronde Synoniemen ruisen

Lees verder
2018
2021-04-18
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

gonzen

gonzen - regelmatig werkwoord uitspraak: gon-zen 1. een gonzend en trillend geluid maken ♢ de bijen gonzen rond de bloem 1. het gonsde door mijn hoofd [ik hoorde het steeds opnieuw] ...

Lees verder
1973
2021-04-18
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

gonzen

(gonsde, heeft gegonsd), 1. klinken met een dof, verward geluid dat hoger is dan brommen, of wel zo’n geluid maken; het — van de bijen; 2. zeuren, malen.

Lees verder
1952
2021-04-18
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Gonzen

v., gounzje, gonzje, holderje; aanhoudend zacht —, gounzelje, gonzelje.

1898
2021-04-18
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gonzen

(gonsde, heeft gegonsd), een dof brommend, verward geluid maken: de dreun der kerkpsalmen gonsde hem voortdurend in de ooren; het gonzen der bijen; een gonzend spinnewiel; de kogels gonsden door de lucht; — (Z. ) hij liegt dat het gonst, hij liegt alsof het gedrukt is; — hij lag mij voortdurend aan het hoofd te gonzen, te zeuren, te ma...

Lees verder
1898
2021-04-18
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Gonzen

zie Brommen.