Wat is de betekenis van Godsjammerlijk?

2024-07-18
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

godsjammerlijk

(18e eeuw) gebruikt ter intensivering: heel erg. • Ik moet lachen, als ik sommigen mijner Stadgenooten, ja zelfs sommigen mijner Landgenooten, over de Tooneelspeelers hoor redeneeren: zij willen zelfs, na 't schijnt, de Natuur wetten stellen, om Tooneelspeelers voor hen alleen te formeeren, daar zij naderhand godsjammerlijk mede o...

2024-07-18
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

godsjammerlijk

bn., bw. (droevig, ellendig); een godsjammerlijke toestand; godsjammerlijk schreeuwen.

2024-07-18
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

godsjammerlijk

bn. en bw. (-er, -st) 1. in de hoogste mate jammerlijk, allerellendigst: een -e toestand; schreeuwen. 2. Gemz. beroerd, ellendig: een -e vent.

2024-07-18
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Godsjammerlijk

GODSJAMMERLIJK, bn. bw. (-er, -st), in de hoogste mate jammerlijk, droevig, deerniswaard godsjammerlijke wreedheden; — (gemeenz.) ellendig, beroerd een godsjammerlijke vent, —bw. (gemeenz.) allerverschrikkelijkst: wij hebben godsjammerlijk hard geloopen.

Gerelateerde zoekopdrachten