Wat is de betekenis van Godsdienstloos?

2020
2020-10-31
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

godsdienstloos

godsdienstloos - Bijvoeglijk naamwoord 1. zonder godsdienst Wetenschap is per definitie godsdienstloos al kunnen gelovige mensen best wel wetenschapper zijn. Woordherkomst afgeleid van godsdienst met het achtervoegsel -loos

Lees verder
1926
2020-10-31
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Godsdienstloos

Het woord godsdienstloos beteekent zonder godsdienst. De vraag is echter of er werkelijk menschen zonder godsdienst zijn. In practischen zin is het niet te ontkennen. Wij ontmoeten telkens menschen, die zoo dagelijks zonder God in de wereld leven, en ook beweren, dat er geen God bestaat. David klaagde reeds over godloochenaars, die brutaalweg het b...

Lees verder
1916
2020-10-31
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

godsdienstloos

bn., zonder godsdienst, ongodsdienstig, (m.n. van het openbaar onderwijs) voor geen geloof partij kiezend, neutraal.

1898
2020-10-31
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Godsdienstloos

GODSDIENSTLOOS, bn. zonder godsdienst, ongodsdienstig; — (inz. van het openbaar onderwijs) voor geen geloof partij kiezende, neutraal.

Lees verder

Gerelateerde zoekopdrachten