Wat is de betekenis van Godsdienst?

2019
2020-11-26
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

godsdienst

godsdienst - Zelfstandignaamwoord 1. een geloof en alle daar bij horende rituelen en doctrines Een christen is iemand die de christelijke godsdienst aanhangt. Woordherkomst samenstelling van god en dienst met het invoegsel -s- Synoniemen religie

Lees verder
2018
2020-11-26
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

godsdienst

godsdienst - zelfstandig naamwoord uitspraak: gods-dienst 1. de leer van het geloof ♢ volgens deze godsdienst mag je op zaterdag niet werken Zelfstandig naamwoord: gods-dienst de godsdienst ...

Lees verder
2017
2020-11-26
Hans Kaldenbach

De A is van Amalia, die is allochtoon

Godsdienst

Godsdienst. De rekkelijken en de preciezen. In de zestiende eeuw kende Nederland zijn godsdienststrijd tussen de ‘rekkelijken’ en de ‘preziezen’. Alle godsdiensten hebben een ‘rekkelijke’, liberale stroming en een ‘precieze’, orthodoxe, fundamentalistische, rechtgeaarde stroming. De intolerantie over wat de juiste leer is, kan de preciezen geweldd...

Lees verder
1985
2020-11-26
Encyclopedie van Noord Brabant

Anton van Oirschot (1985-1986)

GODSDIENST

het is bekend, dat Noord-Brabant na de laatste Ijstijd, tussen 9800 en 9000 v. Chr., werd bewoond. Uit die periode zijn bewerkte stenen teruggevonden. Vooral echter uit de grafheuvels valt iets te merken van de cultuur der prehistorische mensen. Uit het einde van de oude Steentijd zijn vondsten gedaan van de rendierjagers, die hier hebben vertoefd,...

Lees verder
1973
2020-11-26
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

godsdienst

m. (-en), 1. dienst, verering van de godheid; (m.n.) de ceremonieën die in daarvoor bestemde gebouwen door de geestelijkheid verricht worden, de eredienst: de uitoefening van de openbare een bedienaar van de geestelijke, priester, predikant; (in minder bep. zin) betrekking van de mens tot het als heilig geldende: bij alle volkeren vindt men ee...

Lees verder
1955
2020-11-26
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

GODSDIENST

is een vrijwel altijd en overal optredend verschijnsel, met grote invloed op persoonlijke levensstijl, wereldbeschouwing, staatsen maatschappij vormen, cultuur en zedelijkheid. Door zijn aanhangers wordt het beschouwd als het hoogste en waardevolste in het mensenbestaan, door zijn critici als de grootste en gevaarlijkste vergissing van de mens. BEG...

Lees verder
1949
2020-11-26
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Godsdienst

(1), als belijdenis het complex van de leerstellingen, die de mens over God heeft aanvaard en uit de betrekkingen van God met het schepsel afleidt; (2) als godsverering: het geheel van de plechtigheden (offer en gebed), waarmede de mens God huldigt om daardoor uitdrukking te geven aan de relatie, waarin hij tot God staat; (3) als godsdienstigheid...

Lees verder
1933
2020-11-26
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Godsdienst

Godsdienst - (Lat. religio, < religare = vastbinden, of religere = overdenken, of relegere = herlezen) heeft een veelvoudige beteekenis: 1° de gezamenlijke leerstellingen, die men over God belijdt en uit de betrekking tusschen God en het afhankelijk redelijk schepsel afleidt; g. = belijdenis. 2° Het geheel van de plechtigheden, die de go...

Lees verder
1926
2020-11-26
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Godsdienst

Bijna alles wat den „godsdienst”, in het algemeen heel het godsdienstige leven van den mensch, met name van den Christen die, alleen, hierin het waarachtige bezit, kenmerkt, vatten we samen onder den naam van de Religie en het religieuze leven en zal dan ook aldaar ter sprake komen. Voor één bepaald onderdeel evenwel is de...

Lees verder
1916
2020-11-26
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Godsdienst

Godsdienst - Naam. De internationale naam voor het verschijnsel, dat wij g. noemen, is: religie. Ook ten onzent spreken velen liever van religie dan van g., 1) omdat er ook g.-en zijn zonder een god (b.v. het Boeddhisme), 2) omdat het woord „dienst” een te serviel karakter draagt, 3) omdat het woord religie een internationale aanduiding is. Het woo...

Lees verder
1898
2020-11-26
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Godsdienst

GODSDIENST, m. godsvereering: de Zondag is den godsdienst toegeëigend; — uiterlijke godsdienst,het waarnemen van godsdienstige plichten zonder er met het hart aan deel te nemen; de ceremoniën die in daarvoor bestemde gebouwen door de geestelijkheid verricht worden, de eeredienst: de uitoefening van den openbaren godsdienst; —...

Lees verder