Wat is de betekenis van God?

2019
2022-06-24
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

God

God - Eigennaam 1. (religie) in het monotheïsme een bovennatuurlijk en volmaakt wezen, dat beschikt over superieure krachten en onsterfelijk is

Lees verder
2018
2022-06-24
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

God

God - zelfstandig naamwoord 1. het bovenaardse wezen dat volgens de christenen de wereld geschapen heeft ♢ hij gelooft in God 1. de goden verzoeken [iets doen wat waarschijnlijk problemen oplevert] ...

Lees verder
2017
2022-06-24
Henk van Oort

Lexicon antroposofie

God

Aanduiding voor het christelijke begrip Triniteit: Vader – Zoon – Heilige Geest. Het woord wordt ook gebruikt om de inspirerende geestelijke machten van bepaalde culturen aan te duiden: Zeus (Griekenland), Ahuro Mazdao (Perzië), Brahma (India), Amon-Re (Egypte), enzovoort. Er is doorgaans een relatie met de planeten of de dierenriem.

2010
2022-06-24
Wielerwoordenboek

Geschreven door Fons Leroy en Wim van Rooy

god

god: schrijft ten onrechte de schepping van de wielersport op zijn conto, want de zevende dag rustte hij terwijl het dan juist koers is! Wie zeker niet God genoemd kan worden, is Frank Vandenbroucke, want zijn biografie heet Ik ben God niet (2008). Wie er dan wel een god in de wielersport kan worden genoemd, kan men lezen in het uitstekende boek He...

Lees verder
2004
2022-06-24
Woordenboek van Eufemismen

Marc De Coster

God

In uitdrukkingen zoals ‘God heeft x tot zich geroepen’ en ‘God heeft x gehaald’: x is gestorven. In de plaats van God gebruikt men soms ook ‘de Heer’ of andere benamingen van het Opperwezen. Als de lieve God me haalde, ’k Heb het menigmaal gezeid, ’k Zou niet rouwig wezen. Nicolaas Beets: De Overgrootvader. 18/6 De Heer van dood en leven...

Lees verder
2004
2022-06-24
lesmethode Memo

Geschiedenisles voor bovenbouw

God

Onzichtbaar wezen waar mensen met een godsdienst in geloven. Meestal is een god heel machtig en kan hij mensen helpen.

2000
2022-06-24
Bijbels Lexicon

Door Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart

God

God, aanduiding, naam en aanspreektitel van de God van Israël en van het christendom. De naam van de God van Israël luidde Jahweh, een naam die niet werd uitgesproken (zie Jehova). In de Nederlandse bijbelvertalingen luidt de weergave daarvan Heer (zie dat artikel). Veelvuldig spreekt men daarnaast over God, onze God, de God van Israël en vergelijk...

Lees verder
1997
2022-06-24
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

God

In christelijke landen als Nederland of België lijkt men wel eens te vergeten dat er ook een ander godsbesef mogelijk is. Gelukkig zijn er woordenboeken die de moedertaalsprekers van het Nederlands weer naar de werkelijkheid terugvoeren. God wordt daarin dan gedefinieerd als godheid. Schrijvers van woordenboeken voegen daaraan wel de me...

Lees verder
1982
2022-06-24
De Tale Kanaans

J. van Delden

God

Het algemeen Semitische woord voor God is El, dat we onder meer aan treffen in een van de kruiswoorden: Omstreeks het negende uur riep Jezus met luider stem, zeggende: Eli, Eli, lama sabachthani? Dat is: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? (Matth. 27 : 46). De naam van de God van Israël luidde Jahweh, waarvan in het tweede bijbel...

Lees verder
1976
2022-06-24
Yoga lexicon

Verklarend handwoordenboek

GOD

een woord dat de aanduiding is van een bovenwereldlijke macht, een macht die een relatie onderhoudt met wereld en mens. De strijdvraag over een persoonlijk god is nog altijd in volle gang. Het vijfde gebod van Niyama [tweede trap van het Achtvoudige Yogapad] is lsvara Pranidhana, dwz toewijding aan de persoonlijke godheid. Dit wordt door de yogi�...

Lees verder
1973
2022-06-24
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

god

[➝Gotisch guth, aangeroepen wezen, ➝Oudindisch hutas, aangeroepen], m. (-en), 1. (in het algemeen) godheid, bovenmenselijk, machtig en aanbiddelijk wezen (e): de goden van de oude Egyptenaren, van Grieken en Romeinen: de van de slaap; bij de goden zweren; de goden aanroepen; o (grote, goede) goden!, schertsende uitroep van verwondering, (ook) als b...

Lees verder
1955
2022-06-24
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

GOD

de Allerhoogste, ondanks zijn onmetelijke verhevenheid en diepgaande ontoegankelijkheid op analoge wijze kenbaar in zijn schepping (zie Godsbewijzen en Godskennis, natuurlijke), bezit niet de abstracte en daardoor onpersoonlijke trekken van „het hoogste Zijn” der wijsgeren, doch treedt blijkens zijn openbaring in zeer persoonlijk contac...

Lees verder
1952
2022-06-24
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

God

s., god, pl. g o a d e n.

1949
2022-06-24
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

God

het hoogste wezen, waarop het geloof en de verering der monotheïstische godsdiensten (Jodendom, Christendom en Islam) zich richten, Schepper, Heer en Rechter van al het zijnde. Voor het christelijk geloof berust de kennis van God op de openbaring in Jezus Christus, door wie God zich heeft doen kennen als heilige Liefde, die de mens mag aanspre...

Lees verder
1947
2022-06-24
Winkler Prins Encyclopedie

Winkler Prins 1947

God

Het woord „God” duidt een bovenwe-reldlijke (transcendente) macht aan, die tot wereld en mens in een verhouding staat. Zijn werkelijkheid kan als uitgangspunt en deel van de religie worden voorgesteld. In de wijsbegeerte duidt het woord het absolute aan, het volstrekt bepalende tegenover de bepaaldheid der wereld, de eerste oorza...

Lees verder
1937
2022-06-24
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

god

1. m. (misschien oorspr. de Aangeroepene: Opperheer, Schepper, Almachtige, de oneindig volmaakte Geest): geef Gode de eer; de god der heirscharen; God loven, prijzen, zegenen; met godshulp, in Gods naam; God noch duivel vrezen, niemand; God zij met ons, randschrift van onze guldens en rijksdaalders; hij vreest God noch zijn gebod, is een doorslecht...

Lees verder
1933
2022-06-24
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

God

i/h monotheïsme het Opperwezen, Schepper en Onderhouder v/h heelal, eeuwig, almachtig en alomtegenwoordig.

1933
2022-06-24
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

God

God - het hoogste, uit zich zelf bestaande wezen, Schepper en Heer van hemel en aarde. A) De mensch heeft kennis van God niet alleen door de goddelijke openbaring, waarop de geloofskennis berust, maar ook door het natuurlijk inzicht van het menschelijk verstand. Rom. 1.20: Want zijn onzichtbaar wezen, zijn eeuwige macht en zijn godheid is van de sc...

Lees verder
1926
2022-06-24
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

God

De eerste vraag die ten aanzien van God beantwoord moet worden is deze: zullen we iets van Hem kunnen zeggen? Is Hij niet de Hooge en Verhevene, die in de eeuwigheid woont en wiens naam heilig is (Jes. 57 : 15a), te hoog en te verheven dan dat wij met onze gedachten of woorden tot Hem zouden kunnen raken? Is Hij niet de volkomen-onbegrijpelijke, ov...

Lees verder
1916
2022-06-24
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

God

God - is voor het Christelijk besef niet slechts „het hoogste Wezen”, d.w.z. vergelijkender wijze hooger dan andere wezens, maar het Wezenzelf, d.w.z. God is het Wezen, dat eigenlijk alleen waarlijk is, onafhankelijk van alles wat door en buiten Hem moge bestaan. Intusschen is God niet een wijsgeerig begrip, doordat men al wat is herleidt tot eene...

Lees verder