Wat is de betekenis van gloeiend?

2020
2021-01-25
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

gloeiend

(1981) (Vlaanderen, inf.) (ter versterking) erg, groot. • (Walter de Clerck: Nijhoffs Zuidnederlands Woordenboek. 1981) • Seva had het gehoord en vloog op. — Gij gloeiende zot, moet ge hier nu staan vloeken en Savatte hier dood liggen... (Willem Denys: Peegie zijn triem door 't leven. 2015)

Lees verder
2019
2021-01-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

gloeiend

gloeiend - Bijvoeglijk naamwoord 1. kokendheet gloeiend - Werkwoord 1. onvoltooid deelwoord vangloeien Uitdrukkingen en gezegden Gloeiende kolen op iemands hoofd stapelen Iemand die jou vijandig gezind is, vriendelijk tegemoet treden, waardoor hij bes...

Lees verder
2018
2021-01-25
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

gloeiend

gloeiend - bijwoord uitspraak: gloei-end 1. kokend heet ♢ de verwarming is gloeiend! 1. het gloeiend eens zijn met iets [het er heel erg mee eens zijn] 2. er gloei...

Lees verder
1973
2021-01-25
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

gloeiend

bn. en bw. (-er, -st), I. bn. 1. tot gloeiens toe verhit: een gloeiende hitte; een gloeiende spijker, scherts, gezegd van een slecht brandende lantaren of lamp; een druppel op een gloeiende plaat, een onbelangrijk voordeeltje op een moment van ernstige geldzorgen; 2. brandend heet: pas op, de soep is -; 3.(van kleuren) sterk sprekend; ook fig.: i...

Lees verder
1898
2021-01-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gloeiend

GLOEIEND, bn. bw. (-er, -st), tot gloeiens toe verhit: met gloeiende tangen nijpen; — een gloeiende kogel, tot roodgloeihitte gebracht projectiel; — ‘t is een gloeiende spijker, scherts, gezegd van eene slecht brandende lantaren of lamp; dat valt op een gloeienden steen, eig. van een verkwikkenden dronk, doch meestal gezegd als m...

Lees verder