Wat is de betekenis van gloeien?

2019
2022-09-26
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

gloeien

gloeien - Werkwoord 1. (metallurgie) het verhitten en langzame afkoelen van metaal 2. (natuurkunde) dat licht geven van materiaal wanneer het een zeer hoge temperatuur bereikt

Lees verder
2018
2022-09-26
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

gloeien

gloeien - regelmatig werkwoord uitspraak: gloei-en 1. zacht licht uitstralen door verhitting ♢ ijzer gaat gloeien als je het verhit 2. warmte uitstralen ♢ mijn huid gloeit helemaal van de zon...

Lees verder
1981
2022-09-26
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Gloeien

het zodanig verhit zijn van een lichaam, dat het naast warmte ook lichtstralen uitzendt.

1973
2022-09-26
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

gloeien

(gloeide, heeft gegloeid), I. onoverg., 1. (van vaste stoffen) zodanig verhit zijn dat licht (donkerrood tot wit) uitgestraald wordt: gloeiend ijzer; de kachel staat gloeiend; 2. zeer warm zijn: het duinzand gloeide onder onze voeten; haar wangen — van inspanning; (oneig.) een gevoel van warmte hebben: mijn hele vinger gloeit en klopt (ten...

Lees verder
1952
2022-09-26
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Gloeien

v., gluorje, gloarje, gleon(z)je, glânz(g)je; zacht —, gluorkje.

1937
2022-09-26
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

gloeien

gloeide, h. gegloeid (1 in rode of witte gloed zijn door verhitting; uitstralen van licht en warmte bij sterk verhitte lichamen; zonder vlam branden; 2 fonkelen, schitteren;een roodachtige glans uitstralen; fig. blaken, branden; 3 sterk verhitten, zeer heet maken): 1. de kachel staat te gloeien; de handen kunnen gloeien, b.v. door wrijving; 2. de o...

Lees verder
1930
2022-09-26
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

gloeien

(gloeide, heeft gegloeid) 1. tot rood- en witziens toe verhit zijn: -d ijzer; de kachel staat te -. ➝ kool. 2. zeer warm, heet zijn: de straatstenen gloeiden onder zijn voeten; zijn wang gloeide nog van de slag. ➝ gezondheid. 3. zonder vlam branden: -de kolen. 4. blaken: van hoogmoed, eerzucht; wiens hart voor land en tale gloeit. 5. blinken, sch...

Lees verder
1916
2022-09-26
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gloeien

Gloeien - het verschijnsel van lichtuitstraling, dat men aan sterk verhitte lichamen waarneemt, en dat geheel een gevolg is van die verhitting; het g. bestaat dus in eene zuivere temperatuurstraling. Beneden de gloeitemperatuur verwarmde lichamen stralen slechts ultraroode stralen uit (warmtestralen). Bij sterkere verhitting neemt de intensiteit de...

Lees verder
1911
2022-09-26
pluim

Keur van Nederlansche woordafleidingen

Gloeien

van den Germ. wt. glo, gle (uit ’t Idg. ghla, ghel) = blinkend zijn; zie Geel. Gloed is ’t z.n.w., als naad van naaien, en zaad van zaaien. Ook gloren is verwant, evenals gluren, dat oorspr. gloeien bet.: „Zoolang't gesternte gluyrt"; later: gluuroogen = strak kijken.

1908
2022-09-26
Vivat

Schrijver op Ensie

Gloeien

gloed, het verschijnsel van lichtuitstraling dat men aan sterk verhitte vaste en dropvormige lichamen waarneemt en dat geheel een gevolg is van die verhitting. Beneden den gloeihittegraad schieten de verwarmde lichamen slechts donkere, d. i. ultraroode warmtestralen uit. Bij verhoogde verwarming groeit de sterkte der uitstraling, die uit een mengse...

Lees verder
1898
2022-09-26
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gloeien

GLOEIEN, (gloeide, heeft gegloeid), uitstralen van licht bij sterk verhitte vaste en vloeibare stoffen gloeiend ijzer; de kachel staat gloeiend; — zeer warm zijn het duinzand gloeide onder onze voeten; hare wangen gloeien van inspanning; mijn geheele vinger gloeit en klopt (ten gevolge eener verzwering); — zonder vlam branden het gloei...

Lees verder