Wat is de betekenis van ginds?

2019
2020-11-26
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

ginds

ginds - Bijvoeglijk naamwoord 1. daar in de verte gelegen Het is nog een lange tocht naar gindse bergen. ginds - Bijwoord 1. daar in de verte Er lijkt ginds in het oosten onweer op te komen. Woordherkomst (erfwoord) van h...

Lees verder
2018
2020-11-26
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

ginds

ginds - bijwoord 1. daar, op die plaats ♢ het winkelcentrum is ginds Bijwoord: ginds Synoniemen daarginds, ginder

Lees verder
1973
2020-11-26
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

ginds

I. bw., 1. (alleen in schrijftaal) ginder, daar: — verheft zich een heuvel; II. bn., geen, gene: aan gindse zijde, het gindse huis, het huis daar ginder.

Lees verder
1898
2020-11-26
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Ginds

GINDS, bw. ginder, daar ginds verheft zich een heuvel; wie loopt daar ginds ? — ginds en weer, heen en weer, heen en terug; (gew.) hij is er maar ginds en weer geweest, een oogenblik, even.

Lees verder
1898
2020-11-26
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Ginds

zie Daar.