Wat is de betekenis van gids?

2020
2021-10-25
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

gids

Het begrip gids heeft 4 verschillende betekenissen: 1) boekje met informatie. drukwerk waarin bepaalde gegevens opgezocht kunnen worden; boek met informatie, zoals een telefoongids, plantengids, reisgids of soms zelfs handboek. 2) iemand die de weg wijst. iemand die voor zijn beroep of uit liefhebberij toeristen, bezoekers of reizige...

Lees verder
2019
2021-10-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

gids

gids - Zelfstandignaamwoord 1. een persoon die een groep begeleid en uitleg geeft De gids kon ons veel vertellen over de historie van de kerk. 2. een boekje dat een uitleg geeft In de gids kun je lezen over de historie van de kerk. 3. een tijds...

Lees verder
2018
2021-10-25
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

gids

gids - zelfstandig naamwoord 1. iemand die bezoekers rondleidt of de weg wijst ♢ de gids leidde ons rond in het museum 2. boek met overzichtelijke gegevens ♢ mijn nummer staat in de telefoongids ...

Lees verder
2017
2021-10-25
Euroreizen

Schrijver op Ensie

Gids

Een gids is een persoon die u een rondleiding bezorgt in een stad, museum of regio. Hij vertelt u alles over de geschiedenis, bezienswaardigheden, aardrijkskunde, enz... Opgepast een gids zorgt niet voor het goede verloop van de reis of bijstand van de personen.

1973
2021-10-25
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

gids

v./m. (-en), 1. leidsman, m.n. iemand die er zijn beroep van maakt reizigers de weg te wijzen: wij namen op onze bergtocht een paar gidsen mee; (fig.) hij was de — en raadsman van zijn zoon; 2. (fig. van zaken) iets waardoor men zich laat of kan laten leiden: dit boek is een betrouwbare voor wie zich op de tuinbouw wil toeleggen; m.n. als ti...

Lees verder
1952
2021-10-25
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Gids

s., gids, paedwizer.

1898
2021-10-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gids

GIDS, m. en v. (-en), leidsman, inz. iem. die er zijn beroep van maakt, aan reizigers den weg te wijzen: wij namen op onzen bergtocht een paar gidsen mede; (fig.) hij was de gids en raadsman van zijn zoon; Shakespeare nam in al zijne werken steeds de natuur zelve tot gids; dit boek is een betrouwbare gids voor wie zich op den tuinbouw wil toeleggen...

Lees verder