Synoniemen van Gezond

    • goed
    • gezondheidsbevorderend
2019-12-05

Gezond

GEZOND, bn. bw. (-er, -st), zonder lichamelijk Ietsel; ongedeerd ik ben hier gezond en wel aangekomen; gezond van lijf en leden; blijf gezond (heilwensch, inz. bij Israëlieten), vaarwel; op zijn gezonde been strompelt hij voort, het andere kan hij niet gebruiken; tot in het gezonde vleesch snijden, het gave, niet aangetaste vleesch; -— door geen lichaamsgebrek belemmerd, kloek, stevig: hij is gezond en frisch; eene dikke, gezonde zus; dat is een gezonde broeder, een dikke, sterke kerel; een p...

2019-12-05

Gezond

Zie geldig.

2019-12-05

gezond

gezond - Bijvoeglijk naamwoord 1. vrij van ziektes en zeertes Hij is nog goed gezond voor zijn leeftijd. 2. bevorderlijk voor een goede conditie Lichaamsoefening is gezond voor een mens. gezond - Werkwoord 1. voltooid deelwoord van zonnen Synoniemen [2] goed Antoniemen [2] slecht

2019-12-05

Gezond

de -e ziekte grappig eufemisme voor ‘menstruatie’. Vgl. de gevreesde ziekte.Syn. voor ‘menstruatie’ onder emmetje.

2019-12-05

gezond

1. Van een bieding, in het bijzonder een (preëmptieve) opening, volgbod of informatiedoublet: verantwoord, deugdelijk. 2. Van een speler: iemand die consequent gezonde (1) biedingen doet.

2019-12-05

gezond

gezond - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: ge-zond 1. wie lichamelijk goed in orde is ♢ een gezond mens hoeft nooit naar de dokter 1. zo gezond als een vis [erg gezond] 2. gezond en wel [volkomen gezond] 2. goed voor je lichaam