Wat is de betekenis van Gezond?

2019
2021-01-21
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

gezond

gezond - Bijvoeglijk naamwoord 1. vrij van ziektes en zeertes Hij is nog goed gezond voor zijn leeftijd. 2. bevorderlijk voor een goede conditie Lichaamsoefening is gezond voor een mens. gezond - Werkwoord 1. voltooid deelwoord v...

Lees verder
2018
2021-01-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

gezond

gezond - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: ge-zond 1. wie lichamelijk goed in orde is ♢ een gezond mens hoeft nooit naar de dokter 1. zo gezond als een vis [erg gezond] ...

Lees verder
2014
2021-01-21
Mokums woordenboek

Ditte Simons en Hans Heestermans

gezond

(< Jidd. gesoent, gezondheid), gezondheid: bij mijn, je gezond, verdraaid, waarachtig: Mooi meissie Dave bij je gezond...! RALEIGH 64; Misschien is het wel de sleutel van zijn Oudhollandse kussenkast, Gekocht op de voorjaarsveiling uit de deftige boedel van de douairière Weet-ik-veelweet-ik-veel-bij-mijn-gezond, PRESSER 28.

1998
2021-01-21
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Gezond

de -e ziekte grappig eufemisme voor ‘menstruatie’. Vgl. de gevreesde ziekte.Syn. voor ‘menstruatie’ onder emmetje.

Lees verder
1998
2021-01-21
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

gezond

1. Van een bieding, in het bijzonder een (preëmptieve) opening, volgbod of informatiedoublet: verantwoord, deugdelijk. 2. Van een speler: iemand die consequent gezonde (1) biedingen doet.

Lees verder
1992
2021-01-21
Een woordenboek van de filosofie

Begrippen, stromingen, denkers

Gezond

Zie geldig.

1973
2021-01-21
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

gezond

bn. en bw. (-er, -st), I. bn., 1. zonder lichamelijk letsel, ongedeerd: ik ben hier — en wel aangekomen; blijf heilwens (m.n. bij Israëlieten), vaarwel; van lichaamsdelen: op zijn gezonde been strompelt hij voort, het andere kan hij niet gebruiken; tot in het gezonde vlees snijden, het gave, niet aangetaste vlees; 2. door geen lichaams...

Lees verder
1926
2021-01-21
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Gezond

Dit woord, dat met betrekking tot het lichaam veelvuldig voorkomt in de Schrift — in het Nieuwe Testament is het de vertaling van minstens 7 onderscheidene woorden — wordt een enkele maal gebruikt in overdrachtelijken zin, nl. in de uitdrukking: gezond in het geloof (Tit. 1 : 13; 2 : 1). Hier is sprake van het geloof in voorwerpelijken...

Lees verder
1898
2021-01-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gezond

GEZOND, bn. bw. (-er, -st), zonder lichamelijk Ietsel; ongedeerd ik ben hier gezond en wel aangekomen; gezond van lijf en leden; blijf gezond (heilwensch, inz. bij Israëlieten), vaarwel; op zijn gezonde been strompelt hij voort, het andere kan hij niet gebruiken; tot in het gezonde vleesch snijden, het gave, niet aangetaste vleesch; - —...

Lees verder