Wat is de betekenis van Gezindheid?

2019
2022-10-07
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

gezindheid

gezindheid - Zelfstandignaamwoord 1. wat je ergens van vindt, innerlijke houding Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan. (G...

Lees verder
2018
2022-10-07
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

gezindheid

gezindheid - zelfstandig naamwoord uitspraak: ge-zind-heid 1. manier van denken of voelen ♢ ze heeft ons haar gezindheid laten blijken Zelfstandig naamwoord: ge-zind-heid de gezindheid

Lees verder
2007
2022-10-07
Lexicon van de Ethiek

Verklarend lexicon van de meest gebruikte begrippen uit de hedendaagse ethiek.

Gezindheid

Gezindheid duidt op de innerlijke houding van de mens, de duurzame gerichtheid van de wil. De gezindheid heeft betrekking op het subjectieve moment van het handelen. Aan iedere handeling als het geïntendeerd bewerken van een stand of gang van zaken in de werkelijkheid, zijn immers een subjectief en een objectief aspect te onderscheiden: dat van de...

Lees verder
1973
2022-10-07
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

gezindheid

v. (-heden), 1. innerlijke houding, denkwijze, stemming: hieruit bleek hun vijandige —; 2. geneigdheid, doorgaande neiging: ik ben overtuigd van uw goede jegens haar; 3. geloofsovertuiging: iemand van roomse —; de getuige doet hierna, naar de wijze van zijn godsdienstige -, de eed of de belofte; 4. (gew.) gezindte, politieke, kerkeli...

Lees verder
1937
2022-10-07
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

gezindheid

v. gezindheden (stemming, denkwijze): een vijandige gezindheid.

1930
2022-10-07
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

gezindheid

v. (...heden) 1. stemming : een vijandige -. 2. geloof(sovertuiging): iemand van de protestantse -.

Lees verder
1926
2022-10-07
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Gezindheid

I. Gezindheid (in de psychologie en in de ethiek), wordt meestal opgevat als een eigenschap of richting van den wil, waardoor van te voren bepaald is wat in de afzonderlijke levensgevallen begeerd wordt en wat niet. Velen achten haar een product der ervaring. Wat men steeds weer als doelmatig heeft bevonden, trekt de wil min of meer blijvend tot zi...

Lees verder
1898
2022-10-07
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gezindheid

GEZINDHEID, v. (...heden), gemoedsgesteldheid, denkwijze, stemming zijne edele gezindheid; hieruit bleek hunne vijandige gezindheid; — geneigdheid, doorgaande neiging: ik ben overtuigd van uw goede gezindheid te mijwaart; het komt niet slechts aan op onze daden, maar ook op onze gezindheden; — geloofsovertuiging iemand van de Roomsche g...

Lees verder
1870
2022-10-07
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Gezindheid

Gezindheid beteekent in het algemeen eene bepaalde rigting van den wil, bijvoorbeeld om iemands belang te bevorderen of om hem te benadeelen. De gezindheid vormt het karakter. Wie uit goede gezindheden handelt, beantwoordt aan de eischen der zedeleer, — niet hij, die het goede doet uit vrees voor straf. Juist de gezindheid, waarmede de mensch hande...

Lees verder