Wat is de betekenis van Gezetheid?

1973
2022-05-21
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

gezetheid

v., 1. regelmaat, ernst: met studeren; 2. zwaarlijvigheid, corpulentie.

1937
2022-05-21
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

gezetheid

v. (zwaarlijvigheid).

1898
2022-05-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gezetheid

GEZETHEID, v. (gew.) bedaardheid: hij heeft nooit geen gezetheid, zit nooit rustig of bedaard, loopt altijd her- of derwaarts; — regelmaat, ernst: met gezetheid studeeren; — (w. g.) voorliefde voor iets de groote gezetheid der inwoners op dezen drank; — zwaarlijvigheid, corpulentie.

Lees verder

Gerelateerde zoekopdrachten