Wat is de betekenis van gezet?

2019
2021-04-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

gezet

gezet - Bijvoeglijk naamwoord 1. zwaarlijvig, dik, corpulent gezet - Werkwoord 1. voltooid deelwoord van zetten Woordherkomst Voltooid deelwoord van zetten Naamwoord van handeling van zetten met het voorvoegsel ge- Verwante begrippen vet, vettig

Lees verder
2018
2021-04-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

gezet

gezet - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: ge-zet 1. erg breed of met een grote omvang ♢ hij is niet dik, maar wel een beetje gezet Algemene uitdrukkingen: 1. op gezette tijden [op vaste tijd...

Lees verder
2004
2021-04-16
Woordenboek van Eufemismen

Marc De Coster

gezet

Kiese omschrijving van zwaarlijvig, goed in het vlees zittend. Woorden zoals ‘vet’ en ‘dik’ zijn natuurlijk taboe. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ook op dit gebied allerlei eufemismen goed scoren. Het Frans blijkt een goede inspiratiebron (corpulent*; embonpoint*) maar er zijn ook goede Nederlandse alternatieven zoals buikje*. Voor vrouwen e...

Lees verder
1973
2021-04-16
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

gezet

bn. en bw. (-ter, -st of meest -), I. bn., 1. bepaald, vastgesteld, vast: een gezette termijn, dag; op gezette tijden; 2. met geregelde tussenpozen terugkerend, geregeld: de gezette lezing van het evangelie; gezette arbeid, gestadige, onafgebroken; gezette studie, regelmatige, ernstige studie; 3. zwaarlijvig, corpulent: een gezette oude heer;...

Lees verder
1952
2021-04-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Gezet

adj.; (bepaald), bipaeld, fêst(steld); (dik), grou; hij is zeer, hy hat in bulte fleis, flesk to dragen.

1898
2021-04-16
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Gezet

zie Dik.