Wat is de betekenis van Gezag?

2021
2021-03-05
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Gezag

Gezag of autoriteit is de toestand waarbij een persoon of instantie de officiële macht over iets of iemand heeft. De anderen dienen daar dan ook naar te luisteren. Gezag is op meerdere gebieden van toepassing. Het bevoegd gezag in Nederland bestaat onder andere uit de vier overheidsorganen Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen. Deze instanti...

Lees verder
2018
2021-03-05
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

gezag

gezag - zelfstandig naamwoord uitspraak: ge-zag 1. wie iets te zeggen heeft over andere mensen ♢ hij heeft gezag, want iedereen luistert naar hem 2. instelling die iets te zeggen heeft ♢ het gez...

Lees verder
2007
2021-03-05
Samenlevingen

Samenlevingen - inleiding in de sociologie

Gezag

Als legitiem erkende macht.

1994
2021-03-05
Grondbeginselen der sociologie

Begrippenlijst Grondbeginselen der sociologie

Gezag

Gezag is een aanvaarde en bewust ervaren vorm van sociale controle (zie ook legitimiteit).

1992
2021-03-05
Psychologie en Sociologie

Psychologie en Sociologie

Gezag

Macht die mensen accepteren, legitiem vinden.

1991
2021-03-05
Management begrippenlijst

Management begrippenlijst

Gezag

Gezag is gelegitimeerde (= aanvaarde, erkende) macht. Wordt vaak synoniem gesteld met autoriteit. Gezag kan worden gezien als een bevoegdheid tot machtsuitoefening door een orgaan of persoon.

1973
2021-03-05
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

gezag

o. (g. mv.), 1. macht, machtsbevoegdheid, bewind over anderen (e): het koninklijk —; het van de Kerk; een kind staat onder het wettig van zijn ouders of voogden; misbruik van —; zijn vaderlijk doen gelden, zijn macht als vader; met — bekleed zijn, macht hebben; op —, met machtiging, autorisatie van hogerhand; op eigen &mdash...

Lees verder
1955
2021-03-05
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

GEZAG

is een invloed van personen op personen. Personen beïnvloeden anderen op verschillende wijzen: door aansporing, dreiging, verleiding, suggestie, enz. Deze personale beïnvloeding (= morele beïnvloeding) is een „bespelen”, „overhalen” van een andere persoon juist in zijn vrijheid. Vandaar vooronderstelt zij de v...

Lees verder
1933
2021-03-05
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Gezag

Gezag - in wijderen zin is het aanzien, dat iemand in een of andere aangelegenheid geniet en dat hem bevoegd maakt om anderen in die aangelegenheid te beïnvloeden. Dit aanzien kan men bezitten zoowel op het gebied van het denken als op het gebied van het handelen. In het eerste geval heeft men te doen met leergezag; in het tweede met bestuursg...

Lees verder
1926
2021-03-05
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Gezag

De grenzen tusschen „gezag”, „souvereiniteit”, „macht”, recht” in den zin van bevoegdheid, worden gewoonlijk min scherp afgebakend. Dit is oorzaak, dat er omtrent de „gezags”-idee geen geringe verwarring heerscht. Dit alles hier nader te ontwikkelen ligt buiten het bestek van dit artikel. Het aa...

Lees verder
1916
2021-03-05
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gezag

Gezag - (autoriteit) wordt onderscheiden in 1) uitwendig en 2) inwendig. 1) heet ook juridisch; het is de overmacht, die iemand of iets heeft volgens de wet, de zede: zoo het gezag der politie, de overheid, de ouders, de gebruiken, enz. 2) heet ook moreel; het is het overwicht, dat iemand of iets heeft volgens den invloed, dien hij (het) oefent op...

Lees verder
1908
2021-03-05
Vivat

Schrijver op Ensie

Gezag

zie Staat.

1898
2021-03-05
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gezag

GEZAG, o. macht, bewind over anderen: het koninklijk gezag; het Gezag der Kerk; een kind staat onder het wettig gezag zijner ouders of voogden; — zijn vaderlijk gezag doen gelden, zijne macht als vader; — met zijn gezag tusschenbeide komen, zijne macht gebruiken om den voortgang van iets te stuiten; — met gezag bekleed zijn, mac...

Lees verder