Wat is de betekenis van Gewoon?

2019
2022-01-22
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

gewoon

gewoon - Bijvoeglijk naamwoord 1. zoals gebruikelijk Het is gewoon en niets bijzonders. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg 2. alledaags, normaal Dit zijn gewone mussen. 3. iets ~ zijn:...

Lees verder
2018
2022-01-22
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

gewoon

gewoon - bijwoord uitspraak: ge-woon 1. zonder meer ♢ het was gewoon heerlijk Bijwoord: ge-woon Synoniemen doodgewoon, gewoonweg

Lees verder
1998
2022-01-22
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Gewoon

1. doe maar-, dan doe je al gek genoeg,doe eens normaal. Cliché. Nederland is een door en door burgerlijk land. Met de Nederlandse kleinburgerlijkheid heb ik grote moeite: de kop en het maaiveld, doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg. (Elsevier, 11/05/96) Grijze muizen a la Wim Kok-type: doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg, ja toch, niet dan?...

Lees verder
1973
2022-01-22
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

gewoon

bn. en bw. (-woner, -st of meest -), I. bn., 1. gewend aan, gemeenzaam, vertrouwd met: hij is aan zware arbeid —; wij waren aan elkaar zo — geraakt; ik ben het zo —, het aldus gewend; hij was — na het eten een dutje te doen, had die gewoonte; zoals men — is, zoals men meestal doet; ik ben niet — mij te laten bel...

Lees verder
1952
2022-01-22
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Gewoon

adj. & adv., gewoan; (eenvoudig), sljochtwei, sljochthinne (en wer); (bekend), biwend, hiem; — worden, biwenne; — zijn, wend, woun wêze; uit zijn gewone doen, fan 'e regel, út jins âlde dwaen.

1937
2022-01-22
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

gewoon

gewoner, meest gewoon I. bn. (1 gewend aan, vertrouwd met; 2 de gewoonte hebbende iets te doen of te ondergaan; 3 overeenkomende met gebruik, gewoonte; op gezette tijden terugkerende; gebruikelijk, algemeen aangenomen; 4 zó, als bij vastgestelde orde het geval pleegt te zijn; 5 alledaags; ong. ordinair, vulgair): 1. het zus of zo gewoon zijn...

Lees verder
1898
2022-01-22
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gewoon

GEWOON, bn. bw. (...woner, -st of meest-), gewend aan, gemeenzaam, vertrouwd met: ik ben het zoo gewoon, het aldus gewend; hij is aan zwaren arbeid gewoon; wij waren aan elkander zoo gewoon geraakt; — hij was het rooken niet gewoon, hij rookte zelden; — ik ben niet gewoon, mij te laten beleedigen, dat strijdt tegen mijne natuur, is mij...

Lees verder