Wat is de betekenis van gewis?

2019
2021-01-26
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

gewis

gewis - Bijvoeglijk naamwoord 1. zo goed als zeker Hij is op aan een gewisse dood ontsnapt. Woordherkomst afgeleid van wis met het voorvoegsel ge- Antoniemen ongewis Verwante begrippen stellig, vast, vaststaand, verzekerd, wis, zeker

Lees verder
2018
2021-01-26
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

gewis

gewis - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: ge-wis 1. waar je niet aan twijfelt ♢ hij gaat een gewisse dood tegemoet 2. wat werkelijk zo is ♢ het is gewis zoals hij zegt ...

Lees verder
1973
2021-01-26
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

gewis

bn. en bw. (-ser, meest -), I. bn., wis, waar, werkelijk zo zijnd: — gaat voor ongewis, men moet het zekere voor het onzekere nemen; wat stellig zal plaatshebben: een gewisse dood; een gewisse ondergang; (van tekenen, blijken, stellingen) betrouwbaar, stellig: op gewisse gronden; een gewisse belofte; 2. krachtig, stellig: een gewisse invloed...

Lees verder
1926
2021-01-26
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Gewis

komt voor in den zin van vast (Ex. 17 : 12); onveranderlijk (Ps. 19 : 8; Jes. 14:13); betrouwbaar (Jes. 42 : 5; Dan. 2 : 45); ook wordt er mee aangeduid, dat iets beslist en zeker komen zal (Deut. 28 :59; Jes. 33 :16; 55 :3).

1898
2021-01-26
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gewis

GEWIS, bn. bw. (-ser, meest-), wis, waar, werkelijk plaats hebbende ik houd {ik acht) het voor gewis; — gewis gaat voor ongewis, men moet het wisse voor het ongewisse nemen; — stellig zullende , plaats hebben een gewisse dood; een gewisse ondergang; — (van teekenen, blijken, stellingen) betrouwbaar, stellig: eene gewisse belofte...

Lees verder
1898
2021-01-26
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Gewis

zie uitgemaakt.