Wat is de betekenis van Gewezen?

2019
2022-12-04
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

gewezen

gewezen - Bijvoeglijk naamwoord 1. vroegere. De gewezen minister is gisteren overleden. gewezen - Werkwoord 1. voltooid deelwoord van wijzen Woordherkomst Een sterke vorm van het verleden deelwoord van wezen. voltooid deelwoord van wijzen en een klinkerwisseling ...

Lees verder
2018
2022-12-04
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

gewezen

gewezen - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: ge-we-zen 1. uit een eerdere periode ♢ hij is haar gewezen echtgenoot Bijvoeglijk naamwoord: ge-we-zen Synoniemen oud, ouwe, voormalig

Lees verder
1973
2022-12-04
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

gewezen

bn., voormalig, ex-: daar ontmoette ik mijn — buurman; m.n. van ambten of titels: een — minister.

1937
2022-12-04
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

gewezen

bn. (oud vd. van wezen: van personen: vroeger een kwaliteit bezittende. met de bijgedachte, dat de bedoelde persoon nog leeft; ex.., voormalig, vroeger, oud): een gewezen leerling, e. gewezen minister, e. gewezen inspecteur, e. gewezen officier.

1930
2022-12-04
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

gewezen

(gә'we:zәn) bn. voormalig, vroeger, oud: een minister; mijn buurman.

1898
2022-12-04
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gewezen

GEWEZEN, bn. voormalig, ex-; daar ontmoette ik mijn gewezen buurman; (inz. van ambten of titels) een gewezen minister.

1864
2022-12-04
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Gewezen

Gewezen, dw. zie WIJZEN. *-, bn. voormalig, vorig, mijn - leermeester; de - minister; uitgesproken, een - vonnis. *...WIEKT, bn. wieken hebbende.

Lees verder