Wat is de betekenis van geweldig?

2020
2021-01-25
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

geweldig

Het begrip geweldig heeft 5 verschillende betekenissen: 1) hevig. zich met veel geweld of kracht latende voelen; hevig. 2) zeer luid. zeer luid; hard. 3) buitengewoon groot of sterk. buitengewoon groot of sterk; enorm. 4) buitengewoon goed of leuk. buitengewoon goed of leuk; fantastisch; schitterend. 5) in hoge ma...

Lees verder
2020
2021-01-25
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

geweldig

(1960+) (jeugd) leuk, tof. Vgl. het Engelse incredible. In Onze Taal (november/ december 1970) als tienerwoord van vroeger opgegeven. • Flash, want we zijn van mening dat de ouderen bang voor ons, tieners, zijn. We worden als tieners tegengesproken en worden geassocieerd met kreten als 'Wow, Geweldig, In, etc.' (Hitweek, 17/...

Lees verder
2019
2021-01-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

geweldig

geweldig - Bijvoeglijk naamwoord 1. bijzonder groot, enorm Een geweldig ongeval waarbij tientallen auto's tegen elkaar botsten. 2. bijzonder goed Je bent heel erg geweldig! Woordherkomst Afleiding van geweld met het achtervoegsel -ig

Lees verder
2018
2021-01-25
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

geweldig

geweldig - bijwoord uitspraak: ge-wel-dig 1. heel erg ♢ het is geweldig meegevallen Bijwoord: ge-wel-dig Synoniemen enorm, ongelofelijk, ongelooflijk

Lees verder
1973
2021-01-25
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

geweldig

bn. en bw. (-er, -st), I. bn., 1. sterk, krachtig: Nimrod was een jager; 2. met hevige kracht gebeurend, heftig, onstuimig: de schok was een geweldige vete, een heftige vijandschap; 3. veel lawaai makend: een — getier; in een geweldige storm e.d.; 4. gewelddadig: geweldige maatregelen; 5.buitengewoon groot, sterk, verbazend: een gebouw; m...

Lees verder
1898
2021-01-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Geweldig

GEWELDIG, bn. bw. (-er, -st), (van vorsten, staten, regeeringen) machtig een geweldig honing; — sterk, krachtig Nimrod was een geweldig jager; — hevig, heftig, onstuimig: de schok was geweldig; geweldige slagen, eene geweldige veete, eene heftige vijandschap; — geraas makende: een geweldige stormwind; — gewelddadig: gewel...

Lees verder