Wat is de betekenis van geweldig?

2020
2022-06-25
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

geweldig

Het begrip geweldig heeft 5 verschillende betekenissen: 1) hevig. zich met veel geweld of kracht latende voelen; hevig. 2) zeer luid. zeer luid; hard. 3) buitengewoon groot of sterk. buitengewoon groot of sterk; enorm. 4) buitengewoon goed of leuk. buitengewoon goed of leuk; fantastisch; schitterend. 5) in hoge ma...

Lees verder
2020
2022-06-25
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

geweldig

(1960+) (jeugd) leuk, tof. Vgl. het Engelse incredible. In Onze Taal (november/ december 1970) als tienerwoord van vroeger opgegeven. • Flash, want we zijn van mening dat de ouderen bang voor ons, tieners, zijn. We worden als tieners tegengesproken en worden geassocieerd met kreten als 'Wow, Geweldig, In, etc.' (Hitweek, 17/...

Lees verder
2019
2022-06-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

geweldig

geweldig - Bijvoeglijk naamwoord 1. bijzonder groot, enorm Een geweldig ongeval waarbij tientallen auto's tegen elkaar botsten. 2. bijzonder goed Je bent heel erg geweldig! Woordherkomst Afleiding van geweld met het achtervoegsel -ig

Lees verder
2018
2022-06-25
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

geweldig

geweldig - bijwoord uitspraak: ge-wel-dig 1. heel erg ♢ het is geweldig meegevallen Bijwoord: ge-wel-dig Synoniemen enorm, ongelofelijk, ongelooflijk

Lees verder
1973
2022-06-25
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

geweldig

bn. en bw. (-er, -st), I. bn., 1. sterk, krachtig: Nimrod was een jager; 2. met hevige kracht gebeurend, heftig, onstuimig: de schok was een geweldige vete, een heftige vijandschap; 3. veel lawaai makend: een — getier; in een geweldige storm e.d.; 4. gewelddadig: geweldige maatregelen; 5.buitengewoon groot, sterk, verbazend: een gebouw; m...

Lees verder
1952
2022-06-25
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Geweldig

adj. & adv., geweldich, bjuster, foars, fordeald, fûlbandich, fûlbannich, fûleindich, fûl, hurd, evelsk, beestich, danich, heilleas, fan wûnder, fan komsa, fan je heisa.

1937
2022-06-25
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

geweldig

I. bn. (1 machtig, vero.; 2 krachtig, sterk, vero. of Z.-N.; 3 hevig, heftig, onstuimig; 4 geraas makend, luidruchtig; 5 in het alg. groot, sterk, krachtig in zijn soort): 1. Bijb. daarna zal er een geweldig koning opstaan, Dan. 11 : 3; o God, geweldig Here! Z.-N. geweldig koren; 2. een geweldig jager voor den Heer; 3. geweldige slagen; geweldige...

Lees verder
1898
2022-06-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Geweldig

GEWELDIG, bn. bw. (-er, -st), (van vorsten, staten, regeeringen) machtig een geweldig honing; — sterk, krachtig Nimrod was een geweldig jager; — hevig, heftig, onstuimig: de schok was geweldig; geweldige slagen, eene geweldige veete, eene heftige vijandschap; — geraas makende: een geweldige stormwind; — gewelddadig: gewel...

Lees verder