Wat is de betekenis van gevel?

2022
2022-08-08
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

gevel

(17e eeuw) (inf.) neus. Een bekend spreekwoord is: 'Een goede gevel versiert het huis' (tegen iemand met een grote neus). Vgl. boegspriet*; domper*; flip (5)*; fokkenmast*; gaffel*; gieber*; giechel*; gok*; kalebas*; kapstok*; keg*; klomp*; klus*; knol*; koker*; komkommer*; luifel*; mop*; retteketet*; scheg*; snotfabriek*; snotgat*; snufferd*; snui...

Lees verder
2020
2022-08-08
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

gevel

buitenmuur van een gebouw. buitenmuur van een gebouw, met name aan de voorkant daarvan. Voorbeelden: Ontwerp van een gebouw van Liesbeth van der Pol bestaande uit een betonskelet met trappenhuis en liftgat. De gevels hebben nog geen ramen, die worden later [...] op de gewenste plek aangebracht. NRC, 1995 Gesloten gevelkachels...

Lees verder
2019
2022-08-08
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

gevel

gevel - Zelfstandignaamwoord 1. (bouwkunde) buitenmuur van een gebouw, in het bijzonder die aan de voorkant Synoniemen façade

Lees verder
2018
2022-08-08
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

gevel

gevel - zelfstandig naamwoord uitspraak: ge-vel 1. voorkant van een gebouw ♢ aan de gevel hing een naambord Zelfstandig naamwoord: ge-vel de gevel de gevels ...

Lees verder
2017
2022-08-08
Studenten

Jargon & Slang van Studenten

Gevel

Gevel - schertsende benaming voor de neus. Vooral in Vlaamse studentenkringen.

2002
2022-08-08
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

gevel

Een gevel is meestal de naar de straat gekeerde zijde van een gebouw: de voorgevel; zo spreek je ook van de achtergevel, zijgevel en soms van binnengevel.

1973
2022-08-08
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

gevel

m. (-s), 1. buitenmuur, voormuur van een gebouw (e): een vliegende die een weinig vooroverhelt; 2. (fig.) (m.n. een grote) neus: een goede siert het huis. (e) Oorspronkelijk verstond men onder een gevel alleen de driehoekige top van een muur, thans topgevel genoemd. In het algemeen is een gevel een buitenmuur, zoals die zich aan het oog voordoet....

Lees verder
1959
2022-08-08
Kunstgeschiedenis

Uitgave 1959 Amsterdam Boek

Gevel

De naar de straat gekeerde zijde van een gebouw.

1952
2022-08-08
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Gevel

s., gevel.

1947
2022-08-08
Winkler Prins Encyclopedie

Winkler Prins 1947

Gevel

noemt men de naar de straat gekeerde zijde van een bouwwerk. De architectuur van de gevel wordt bepaald door de contour, de lijstwer-ken en pilasters, het toegepaste materiaal, de vorm en plaatsing der ramen, soms ook door de plastiek en eventueel de erkers, trappen en andere plastische elementen. Voorts komt het voor dat gevels worden gerhythmisee...

Lees verder
1937
2022-08-08
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

gevel

m. -s, geveltje (voormuur; in het alg.: buitenmuur van een gebouw): een huis heeft vier gevels, de gevel de achtergevel en de beide zijgevels; zegsw. een goede gevel versiert het huis, scherts, van iem. met een grote neus. gevelgrauw o. (een soort van helder klinkende, harde baksteen voor gevels).

Lees verder
1933
2022-08-08
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Gevel

façade, buitenmuur, meestal voorzijde, v/e gebouw, het architectonisch belangrijkste deel.

1933
2022-08-08
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Gevel

Gevel - Een gevelvlak kan in verticale of in horizontale richting door kolommen, pilasters of lijstwerken worden onderverdeeld. Soms is er een combinatie van beide verdeelingen. → Compositie (bouwk.). In de Gotiek is er bijv. een sterke voorkeur voor het verticalisme, in de Renaissance voor het horizontalisme. De laatste jaren is een voorliefd...

Lees verder
1916
2022-08-08
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gevel

Gevel - De buitenmuren van een gebouw, zooals die zich aan het oog voordoen. Men onderscheidt den voorgevel, den achtergevel en de zijgevels. Aanvankelijk verstond men onder g. slechts de driehoekige afsluiting tusschen twee dakvlakken of de bekroning van een muur, waartegen de dakvlakken aansluiten, welke men tegenwoordig topgevel noemt. In engere...

Lees verder
1898
2022-08-08
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gevel

GEVEL, m. (-s), voorgevel, de voormuur van een gebouw; — (ook) buitenmuur van een gebouw in ’t algemeen; een vliegende gevel. een gevel die een weinig vooroverhelt; — (fig.) (Zuidn.) gezicht; een geschonden gevel hebben, gezicht waarop nog sporen voorkomen van een val, een gevecht, enz.; (ook) neus; — een goede gevel versi...

Lees verder
1870
2022-08-08
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Gevel

Gevel of fronton noemt men dat gedeelte van de smalle zijden van een langwerpig vierkant gebouw, hetwelk door het dak is begrensd, zoodat het een gelijkbeenigen driehoek vormt, hoewel men den geheelen voor-alsmede den geheelen achtermuur ook wel met den naam van gevel bestempelt, terwijl men tevens van zijgevels spreekt. Gevelhuizen zijn zoodanige...

Lees verder