Wat is de betekenis van getrouw?

2019
2021-05-12
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

getrouw

getrouw - Bijvoeglijk naamwoord 1. veel lijkend op 2. trouw zijn aan een plicht Woordherkomst Naamwoord van handeling van trouwen met het voorvoegsel ge- Verwante begrippen goed, juist, recht, trouw

Lees verder
2018
2021-05-12
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

getrouw

getrouw - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: ge-trouw 1. wie zich houdt aan wat hij beloofd of afgesproken heeft ♢ ik zal onze afspraak getrouw uitvoeren 2. onderbouwd met feitelijke bewijzen ♢ di...

Lees verder
1973
2021-05-12
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

getrouw

bn. en bw. (-er, -st), 1. trouw, iemand niet verlatend, steeds nabij blijvend, m.n. in tegenspoed: getrouwe vrienden; (van personeel) zijn plicht met toewijding en nauwgezet vervullend: een oude, getrouwe dienstbode; vaak zelfst. gebruikt: oude getrouwen, ook in toepassing op oude vrienden, goede oude bekenden; 2. zich stipt houdend aan zijn woord...

Lees verder
1952
2021-05-12
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Getrouw

adj., trou, oanhinklik.

1898
2021-05-12
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Getrouw

Het begrip getrouw heeft 2 verschillende betekenissen: 1. getrouw - GETROUW, (in het dagelijksche leven gewoonlijk TROUW), bn. bw. (-er, -st), trouw, aanhankelijk getrouwe vrienden; — (van dienaren) zijn plicht nauwgezet vervullende; eene oude, getrouwe dienstbode; — (van huisdieren) met onbezweken trouw gehecht aan zijn meester: een...

Lees verder