gestalte
gestalte - Zelfstandignaamwoord 1. de vorm van een rechtopstaande mens ♢ Er verscheen een rijzige gestalte op de heuvel. Synoniemen figuur
Benieuwd hoe Ensie en Prisma digitale woordenboeken jouw lessen kunnen versterken?
Wiktionary (2019)
gestalte - Zelfstandignaamwoord 1. de vorm van een rechtopstaande mens ♢ Er verscheen een rijzige gestalte op de heuvel. Synoniemen figuur
Muiswerk Educatief (2017)
gestalte - zelfstandig naamwoord uitspraak: ge-stal-te 1. vorm van het lichaam ♢ zijn lange gestalte maakte veel indruk Algemene uitdrukkingen: 1. ergens gestalte aan geven [het maken of ui...
M. J. Koenen's (1937)
v. -n (1 iems. lichaamsgedaante inz. in betrekking tot zijn lengte; postuur; 2 gedaante; 3 uiterlijke vorm van iets; in deze bet. vero.): 1. een rijzige gestalte, groot van gestalte; zie stal (vorm); 2. allerlei zonderlinge gestalten; 3. de schijngestalten van de maan.
Jozef Verschueren (1930)
(gə'staltə) v. (-n, -s) [stellen] 1. lichaamsgedaante inz. met betrekking tot de lengte: een ranke, rijzige,slanke -; groot van -. 2. Algm. gedaante : zonderlinge -n zag hij voorbijtrekken; de schijngestalten der maan. Syn. → figuur.
Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)
v. (-n, -s), 1. uiterlijke vorm waarin zich iets voordoet: in een cilinderspiegel heeft alles een zonderlinge -; de vier gestalten (of schijngestalten) van de maan; 2. lichamelijke gedaante, m.n. met betrekking tot de lengte: hij was rijzig van de nauwsluitende japon deed haar slanke nog beter uitkomen; 3. gedaante: een lange naderde.
J.Pluim (1911)
op ’t voorbeeld van ’t Hgd. Gestalt, afgel. van stellen = ordenen, regelen, plaatsen (vgl. gesteltenis). — Bij Bilderdijk vaak stal (z. d. w.).
Instituut voor de Nederlandse taal
gestalte zn. 'lichaamsvorm, gedaante' categorie: leenwoord Mnl. in de vorm gestalt in gestalt, gesteltnisse 'gesteldheid, toestand' [1477; Teuth.], ghestalt 'soort, schoonheid of vorm' [1494; MNW]; vnnl. gestelt 'uiterlijk, gedaante' [1542; Claes 1996], so dat daer gheenen schijn noch ghestalte des men...
J.H. van Dale (1898)
GESTALTE, v. (-n), uitwendige gesteldheid, gedaante het Avondmaal onder de beide gestalten (nl. van het brood en van den wijn); — de uiterlijke vorm waarin iets zich aan ons voordoet: in een cilinder spiegel heeft alles eene zonderlinge gestalte; de vier gestalten (of schijngestalten) der maan; — (w. g.) houding: hij viel op de knie&eu...
Log hier in om direct te kunnen beginnen met schrijven.
Wil je dit begrip toevoegen aan je favorieten? Word dan snel vriend van Ensie en geniet van alle voordelen: