Wat is de betekenis van gesloten?

2019
2020-11-29
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

gesloten

gesloten - Werkwoord 1. voltooid deelwoord van sluiten Woordherkomst voltooid deelwoord van sluiten en een klinkerwisseling ui-oo (IPAː /ʌʏ/ - /oː/) Synoniemen toe

Lees verder
2018
2020-11-29
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

gesloten

gesloten - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: ge-slo-ten 1. je kunt er niet bij of in of door ♢ de winkel is al gesloten 1. een gesloten beroep [waar niet iedereen vrij kan toetreden] ...

Lees verder
2008
2020-11-29
Atletiek- en turnwoordenboek

Atletiek- en turnwoordenboek door Jan Luitzen

gesloten

(bn; verl. deelw. van sluiten) SP - niet geopend, bv. van de benen tijdens een oefening.

1998
2020-11-29
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

gesloten

Verkorting van: in de gesloten kamer. Zie ook: open

Lees verder
1990
2020-11-29
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

gesloten

gesloten - De toestand waarin geen toegang wordt geboden en er een blokkade is. Vaak gebruikt voor een object of omgeving dat zich zowel in een open als in een gesloten toestand kan bevinden, zoals een boek, vat, kledingstuk, hek, venster of kamer.

1973
2020-11-29
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

gesloten

bn. (-er, -st), 1. niet geopend, dicht: een huis, woonhuis waar men goederen verkoopt, geen winkel; 2. dicht, achterhoudend, geheimzinnig: hij is zeer -, hij vertelt niets, laat niets los, men kan niets uit hem krijgen: hij is zo als een oester, als het graf, hij is zo dicht als een pot; 3. geen gemoedsbewegingen verradend: een koud, gelaat; 4....

Lees verder
1933
2020-11-29
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Gesloten

Gesloten - wordt een klinker genoemd, als bij het uitspreken daarvan de in een taal gebruikelijke kleinste opening plaats heeft tusschen de onder- en bovenkaak en de stand der tong het hoogste is. ➝ Bovenklinker.

1898
2020-11-29
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gesloten

GESLOTEN, bn. (-er, -st), dicht, achterhoudend, geheimzinnig: hij is zeer gesloten, houdt zich gestolen, hij vertelt niets, laat niets los, men kan niets uit hem krijgen; — hij is zoo gesloten als een oester, als het graf, hij is zoo dicht als een pot; — geene gemoedsbewegingen verradende: een koud, gesloten gelaat; — (electr.)...

Lees verder
1898
2020-11-29
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Gesloten

zie Dicht.