Wat is de betekenis van Gesjochten?

2020
2021-06-13
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

gesjochten

(1860) (Barg.) arm; ongelukkig. 'Een gesjochten jongen': iemand die arm of in het ongeluk geraakt is. Van het Hebr. gesjogten, geslacht, gedood. Sjahat: slachten. • Dat's een mooi ding! Op avontuur is hij dood: dan ben ik gesjochten voor mijn vracht. (Justus van Maurik: Papieren kinderen. 1888) • Als je niet elken...

Lees verder
2019
2021-06-13
Ewoud Sanders

Taalhistoricus en journalist.

gesjochten

er slecht aan toe, arm, zonder inkomsten Omstreeks 1860 voor het eerst opgenomen in een Bargoense woordenlijst, opgesteld door M. Verwoert, indertijd directeur van een gevangenis te Utrecht. Het komt hierin voor als gesjochten, met als betekenis ‘geen geld’. Vervolgens in 1906, in De Boeventaal van Köster Henke, voor ‘arm’. Ook aanget...

Lees verder
2019
2021-06-13
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

gesjochten

gesjochten - Bijvoeglijk naamwoord 1. (Jiddisch-Hebreeuws) arm 2. (Jiddisch-Hebreeuws) slechter af, in de aap gelogeerd Woordherkomst van Jiddisch געשאָכטן (gesjochten), onreɡelmatiɡ (sterk) ɡevormd voltooid deelwoord van שעכטן (sjechten) "slachten", dus letterlijk "geslacht" Verwante begrippen sjechten,...

Lees verder
2014
2021-06-13
Mokums woordenboek

Ditte Simons en Hans Heestermans

gesjochten

(volt. deelw. van Jidd. sjechten, slachten < Hebr. sjochat, slachten), 1. in de problemen: Godverdomme wat ’n kak! De dames wille niet meer komme dineere voor ’n kwartje! Nou zijn we gesjogte, mama! HEIJERMANS1 315; 2. arm, berooid: Te erven viel er in mijn familie nooit niet veel. Allemaal gesjochte menschen, zooals ze hier in Amste...

Lees verder
1998
2021-06-13
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Gesjochten

arm, ongelukkig; er slecht aan toe. De oorspr. bet. is evenwel ‘geslacht, van Hebreeuws sjahat‘slachten’. Deze Bargoense uitdr. werd al opgetekend door Koster Henke. Een gesjochten jongenis ‘iemand die aan lager wal is geraakt, die geen inkomsten meer heeft. Nou ben je gesjochten(bij Maarten ’t Hart: Hetvromevolk,1974) is ‘nu ben je de sigaar, de d...

Lees verder
1994
2021-06-13
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Gesjochten

bn [Jidd. geshogten = gedood door slachten, van shegten = slachten] (Barg.) verpauperd, doodarm, geruïneerd, zonder inkomsten; ook: er slecht aan toe (bijv.: dan ben ik gesjochten).

1993
2021-06-13
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Gesjochten

verpauperd; de dupe

1973
2021-06-13
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

gesjochten

bn., (spreekt.) er slecht aan toe, arm, zonder inkomsten: een jongen; de dupe, de sigaar, erbij, gesnapt: dan ben je -.

1955
2021-06-13
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Gesjochten

(Barg.) arm, ongelukkig.

1949
2021-06-13
Boevenjargon

Geschreven door Professor Henry Roskam

gesjochten

arm; geen geld.

1919
2021-06-13
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Gesjochten

- jongens; arm, in ’t ongeluk geraakt, geruïneerd; van ’t Joodsch geshogten, geslacht, gedood, dan geruïneerd, in desolaten toestand geraakt, van shegten, ritueel slachten, hebr. sjahat. Ook spottend in zwakker zin: „Nu, dat kunnen wij wel doen, we zijn toch gesjochten jongens onder elkaar”. „Ik ben gesjochte...

Lees verder
1898
2021-06-13
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gesjochten

GESJOCHTEN, bn. (diev.) toen waren we gesjochten, toen zaten wij er mee; dan ben-je gesjochten, dan ben je verkouden, slecht te pas gekomen; een gesjochten jongen, waar niet veel meer aan te bederven is.